Carlien van Viegen
Het begon allemaal toen ik naar Barcelona vertrok om Spaans te leren. Ik viel als een blok voor de romantische taal, de mentaliteit, het ritme. En het ontmoeten van mensen uit alle hoeken van de wereld maakte een heftige reisdrang in me los. Toen ik daarna naar Latijns-Amerika was geweest werd het alleen maar erger. Ik wist het zeker: reizen is het mooiste wat er is! Des te meer nieuwe geuren & kleuren ik ervaar, des te langer mijn wensenlijst wordt... Wees gewaarschuwd: als het virus zich eenmaal heeft genesteld, raak je het nooit meer kwijt :)
Wij Nederlanders zijn dan wel het meest reislustige volk ter wereld, maar we hebben voor deze leuke hobby slechts 25-30 vakantiedagen per jaar beschikbaar (als je fulltime werkt). Hoe zorg je dat je met dit beperkte aantal vrije dagen toch de wereld kunt zien? Geïllustreerd met prachtige foto's staat het boek 'De Wereld in 27 vakantiedagen' vol met tips en trucs voor de (onervaren) reiziger, die creatief wil leren omgaan met zijn tijd en eens iets anders wil zien dan de Spaanse costa.
In twee maanden drie herdrukken, dat krijg je als een humoristisch én bruikbaar boek schrijft in het land met het meest reislustige volk ter wereld. De 'Universele reisgids voor moeilijke landen' maakt reizen in moeilijke landen minder moeilijk. Makkelijker dus. En (nóg) leuker.
'Je komt op plekken waar een toerist nog een bezienswaardigheid is'.
Dit is wat Heidi waarschijnlijk vrolijk huppelend jodelde toen haar nieuwe vriendinnetje uit de stad spontaan was genezen van haar handicap zodra ze in Heidi's prachtige geboortegebied Graubünden aan kwam. Naast Duits, Italiaans en Frans spreken ze in deze Zwitserse provincie de vierde taal die het land rijk is: Reto-Romaans. Familie van Spaans en Italiaans, waardoor ik mij hier als liefhebber van Spanje en Latijns-Amerika direct thuis voel. Dus ook ik huppel hier rond, navigerend door de bergen van de ene naar de andere Romaanse richtingaanwijzer, samen met een lokale gids.
Als God een dj is, waarom draait hij dan niet even een plaatje voor mij? De enige plaat die ik op dit moment hoor is het geruis van de zee in combinatie met mijn snelle heartbeat. Keihard en onregelmatig, visioenen aanwakkerend dat ik uitgedroogd in het zand lig en pas word gevonden als er niets meer te redden valt. Ik voel mijn onderlip langzaam omkrullen en begin zachtjes te huilen.
Als enige Mzungu* in de overvolle wachtruimte van een Tanzaniaans hospitaaltje, ben ik het doelwit van starende blikken. Wat moet die blanke hier in ons afgelegen dorp? Zanzibar kent vele toeristen, maar ik moest zonodig weer naar een plek waar er geen een te vinden is.
Tussen de massa taxichauffeurs die op me af stiert bij de uitgang van het vliegveld komt een prachtige, donkere jongen op me af. Hij kijkt een stuk vriendelijker dan de medewerkster achter het oostblokachtige loketje bij de paspoortcontrole, waar ik vanuit alle kanten in de gaten werd gehouden door bewapende militairen.
‘Welkom in Cuba! Ik ben Antonio.’
‘Dank je wel!’ Ik ben Gelukkig.





