Een witte kerst
 Ethiopië. Die naam roept bij de meeste mensen associaties op met verhongerende mensen op een kale zandvlakte met verdroogde struiken, Live Aid, oorlog en bittere armoede. Hoewel het land de laatste decennia veel strijd heeft gekend en er ook hongersnoden waren, doet dat beeld toch afbreuk aan de werkelijkheid. Het hoogland dat meer dan de helft van het grondgebied van Ethiopië (dertig keer Nederland) uitmaakt, is voor een aanzienlijk gedeelte groen en vruchtbaar. De mensen zijn arm maar hebben hun trots en koesteren hun cultuur en hun geluk op een wijze waar de meeste Nederlanders iets van zouden kunnen leren. Helaas geldt dat ook voor de door toeristen verpeste kinderen.
Lees meer...
De weg en de Ark des verbond
 Ethiopië is een enorm land (dertig keer Nederland) dat nauwelijks verharde wegen kent. Het grootste deel van het land is slechts te bereiken over onverharde wegen, waarvan de conditie kan verschillen per streek en per seizoen. In het regenseizoen zijn grote delen van het land dan ook praktisch geïsoleerd. Ook het aantal wegen dat, verhard of niet, ook maar enigszins aanspraak kan maken op die benaming is gering, gezien de grootte van het land. Een verplaatsing van honderden kilometers kost al gauw dagen. Op sommige stukken weg is een gemiddelde snelheid van twintig km/u al heel wat. De reis van Lalibela, naar Axum, eens de hoofdstad van een uitgebreid rijk, is over drie dagen uitgesmeerd.
Lees meer...
Timkat
 Timkat is de viering van driekoningen. Zo mogelijk nog een groter feest dan kerst. De timing is echter geheel anders. `s Ochtends lijkt alles normaal in Gonder, net als Axum een oude keizersstad. Vanaf 1635 tot rond 1900 was Gonder de hoofdstad van het rijk. Dit heeft de nodige kastelen opgeleverd, alle gebouwd in een ommuurd deel van de stad. Iedere keizer bouwde een nieuw slot of voegde een bibliotheek of een bankethal toe. De gebouwen, deels intact en deels ruïne, ogen ouder en middeleeuwser dan je op grond van de leeftijd zou verwachten. Echt bijzonder zijn ze niet, ze lijken gebouwd volgens internationaal afgesproken universele kasteelbouwregels. Omdat ze er zijn worden ze bekeken, zo zijn wij toeristen nu eenmaal. De eeuwenoude kerk met de beroemde bijna pictogram-achtige cherubijntjes en wanden met stripverhaal-achtige bijbelse en aanverwante voorstellingen. Ik zie een naakte Mohammed gevangen door de duivel, Sint Joris met zijn draak zijn alomtegenwoordig.
Lees meer...
Landschappen
 Gedurende mijn reis zie ik, waar ik ook ben, een keur van verschillende landschappen voorbij komen. De Afrikaans-rode vlakte van de Rift-vallei, met grote ronde hutten langs de weg (kan het Afrikaanser?), de oevers van de enorme meren die het land rijk is, het ruig begroeide berglandschap van het Simien gebergte de stoffige droge vlaktes waar Ethiopië om bekend staat en Alpine weidelandschappen met paarden en voetbalgrote distels in de Bale mountains.
Lees meer...
Landcruiserland
Om het zuiden van Ethiopië te bezoeken is een 4WD onontbeerlijk. Een 4WD betekent hier een Toyota Landcruiser met meer dan 350.000 km op de klok. Goed ingereden exemplaren dus. Onderweg komen regelmatig lekke banden voor en een paar reparaties zijn ook noodzakelijk. Zekeringen worden met draadjes omzeild en ook plakband is onontbeerlijk. Een boomstam valt op één van de voertuigen, de motorkap fors beschadigend. Met vereende krachten tillen we hem eraf en met de hand en een stuk hout wordt de kap weer een beetje in model gebracht.
Lees meer...
Harar: de smokkelroute
Vanaf Addis naar Harar, met als belangrijkste attractie de oude ommuurde moslimstad -met zijn netwerk aan steegjes- is 525 kilometer. Toch kost de reis zo'n dertien uur. En je moet om vijf uur op het busstation verschijnen, ook geen lolletje voor een niet-matineus ingesteld mens als ik. Aangezien een deel van mijn plan, het bezoeken van een plaats in het westen genaamd Gambella, niet is doorgegaan vanwege een negatief reisadvies heb ik tijd genoeg om de heenweg in etappes te doen en in Addis een paar dagen gewoon rond te hangen, zonder duidelijke bezigheden of doel. Ook wel eens leuk en tussendoor heb ik de tijd om mijn dagboekaantekeningen tot mailtjes te verwerken.
Lees meer...
Addis, het Taitu en Bombarly
In Addis neem ik mijn intrek in het Taitu Hotel. Op sommige plekken dienen zich mogelijkheden aan die je gewoon moet grijpen. Zo ook ditmaal. Het Hotel is genoemd naar de gelijknamige prinses die het in 1898 opende. Een groot, prachtig oud en ietwat vervallen gebouw, met groene golfplaten als dak, een interieur met krakende houten vloeren, een monumentale trap met strakke maar sierlijke uit edel hout gebeeldhouwde leuningen, een grote lounge met ouderwetse sofa's een ruim en zonnig terras en bediening door mannen in ouderwetse uniformen en een heel legioen eender ogende kleine meisjes in een soort schooluniform.
Lees meer...
Een avondje stappen
Als ik het hotel in Addis uitstap word ik meteen geconfronteerd met de harde werkelijkheid van dit derdewereldland. Daklozen liggen overal op straat, bedelaars, melaatsen met stompjes in plaats van handen, blinden, geamputeerden en andere invaliden zijn alomtegenwoordig.
Lees meer...
Heilig Land
 Het is St. Mikael, 6:00 uur. In de kleine, uit rots gehouwen kerk gewijd aan deze heilige, hebben zich de priesters en dekens van de stad Lalibela verzameld. Buiten de kerk, en op het rotsplateau erboven, staan honderden gelovigen, de nacht verlichtend met honderden kaarsen. En terwijl de opkomende zon langzaam het kaarslicht verdringt, beginnen ze te zingen. Gebeden, psalmen en heilige liederen worden aangeheven, melodieën mengen zich en de geluiden versterken elkaar en dringen door tot ver in de heuvels die de eeuwenoude stad omringen.
Lees meer...
|