Fragmenten uit reisdagboek van juli 1995 - ik was 21 jaar en met een interrailkaart op weg van Berlijn naar Budapest. Reisdoel was Belgrado, waar Jovana woonde. De VN had de eerste Joegoslavische oorlog beëindigd maar er waren nog veel restricties. Vandaar dat ik op het Consulaat in Budapest een visum moest zien te regelen. Verder gebruikte men nog geen euro's, internet of mobiele telefoons.De opkomende zon schijnt vanaf een vingerbreedte boven de horizon in mijn gezicht. De ongeschoren man met de papieren tas heeft geen kaartje. De Tsjechische conducteur zegt iets als: “Weet u wel waar u bent? Praag!” en hij kijkt zijn vrouwelijke collega hoofdschuddend aan.
Amsterdam - Damascus per motor
Koekenbier reist op een motor van Amsterdam naar Damascus, Syrië.
Twee weken geleden uit Amsterdam vertrokken voor een kleine proefrit naar Nijmegen, en vervolgens de dag erop voor het echte werk. Duitsland in dus. De eerste dagen heb ik als een dolle doorgereden, alleen snelwegen en campings van dichtbij gezien dus. Het hoogtepunt van de eerste drie dagen was dan ook Donnerstag Schlachtschusseltag in Munchsteinach: 1 Schlachtplatte mit Kraut u. Brot (Bauch u. Kopfflesch, 1 Bratw., 1 Leberw., 1 Blutw.) met de Bayern Schlager Band op de achtergrond. Vette worsten en humpapa-getetter: Deutschland uber alles. Maar verder was de eerste echte stop Budapest. Fantastisch gelegen aan de Donau, een mooie stad om een paar dagen rond te lopen, te schaken in badhuizen en bier te drinken met Roemenen, Amerikanen en Uzbeken.




