Terwijl Mohammed rustig over de pas geasfalteerde wegen in de buurt van het vliegveld rijdt, vertelt Holidays-Services-dame: "In Marokko betalen wij met Dirhams. 100 Dirham is ongeveer 10 euro. In Marrakech wonen ongeveer één miljoen mensen en samen met Fez, Meknes en Rabat is het één van de vier koningssteden van Marokko. Marrakech wordt ook wel de rode stad genoemd vanwege de kleur van alle huizen. De stad is in 1062 gesticht door Yusuf ibn Tashfin en het was de hoofdstad van het rijk van de Almoraviden. Na de Franse bezetting in 1913 werd het moderne gedeelte van de stad gebouwd...."

Mijn blik dwaalt af naar buiten. Naarmate we verder van het vliegveld verwijderd raken worden de straten hobbeliger en drukker. Maar wat is dat!? Een sliert van 12 kamelen op de weg! Ik had nooit verwacht dat ik zo opgewonden zou raken van een sliert kamelen.
Hoe dichter we bij de oude stad komen, hoe gekker het wordt. Overal zie ik nu Djellaba's op brommertjes; mannen of vrouwen, dat is moeilijk te zien, in een gewaad met een capuchon die door de wind die eronder blaast als puntmutsen overeind staan. We worden van alle kanten ingehaald door toeterende wagentjes met schreeuwende jongens. Mohammed haalt ezels in. Overal ezels. En Holidays-Services-dame praat maar door.

"...Bijna elke Marokkaanse stad heeft een Medina. Marrakech heeft de grootste van Marokko. De medina is het oudste gedeelte van de stad en wordt geheel omgeven door stadsmuren. De medina van Marrakech heeft muren met een totale lengte van 19 km. Op sommige plaatsen zijn ze wel twee meter dik. Ze hebben een hoogte van maximaal negen meter..."
Grote delen van de verhalen van Holidays-Services-dame gaan compleet langs me heen. Ik wordt van alle kanten afgeleid. Het ziet er naar uit dat we de beloofde hectiek gaan krijgen. Geen twijfel meer.
Mohammed stopt de mini-van. We zijn er. Het lijkt alsof we in een getto beland zijn. Bij het uitstappen moeten we uitkijken niet overreden te worden door balkende en schreeuwende ezels en hun baasjes. De straat is gevuld met rook. Gepofte nootjes? Het licht van de typisch Marokkaanse lantarentjes wordt gebroken door dwarrelend stof. Straatjochies rennen ruziënd voorbij. Bijna worden ze aangereden door twee gesluierde dames op een scooter. Een bebaarde man schenkt ons vanonder zijn capuchon een glimlach. Mohammed opent de achterklep van zijn mini-van om onze tassen eruit te halen. In deze setting lijkt zijn wagen plotseling wel een ruimteschip.
Holidays-Services-dame zegt dat we haar moeten volgen. Enigszins achterdochtig, maar braaf volgen we haar een donkere steeg in. Ze denkt dat hier ergens in deze steeg onze riad moet liggen. Erg zeker lijkt ze het niet te weten. Nieuwsgierige jongetjes volgens ons. De moskee in de steeg begint te bulderen. Boven ons hoofd hangt een wirwar van elektriciteitsdraden. Overal liggen grote plassen water. Gesluierde vrouwen hebben zich bij de plaatselijke kraan gemeld. Holidays-Services-dame vraagt één van de dames om raad. Vragend kijken ze elkaar aan. Één van hen lijkt te snappen waar het over gaat. Ze gebaart druk. De groep vrouwen springt plotseling uit elkaar. Een schreeuwende man die zijn loodzware kar vol sinaasappels bijna niet meer in bedwang heeft dendert voorbij. Holidays-Services-dame stapt stevig door. De jongetjes schreeuwen. De imam zingt.
Dan legt ze ons het idee van een Riad uit; "Een riad is een traditioneel huis gebouwd om een binnentuin. Deze oude gebouwen worden opgeknapt en in ere hersteld en worden nu als guesthouse gebruikt. In de Medina van Marrakech wemelt het van de riads. Officieel zijn er nu ongeveer 600. Maar alleen Allah weet hoeveel het er werkelijk zijn, want er zijn er nog ontelbaar veel ongeregistreerd. In een riad zijn maar een paar kamers. Er hangt een huiselijke sfeer. Je hebt het gevoel dat je bij een rijke vriend op bezoek bent. Veel riads zitten weggewerkt in de donkerste steegjes van de medina. Dat maakt het zo charmant, maar ook moeilijk om te vinden! Volgens mij is dit het..."
Ze belt aan bij een klein deurtje tegenover de moskee. Een vriendelijke jongeman, die één en al rust uit straalt, doet open. Holidays-Services-dame geeft ons haar telefoonnummer en een stapels folders. We mogen haar altijd bellen. Dan baant ze zich weg, door de steeg in de richting van de wachtende Mohammed en zijn mini-van.
De riad is een oase van rust. Onze kamer is prachtig in Marokkaanse stijl en romantischer dan in onze stoutste dromen. Op het dakterras plukken we de sinaasappels van de boom die beneden op de binnenplaats staat en we kijken uit over de rode daken van de stad.
Honger! Op naar Djemaa el Fna! Dé plek waar het allemaal schijnt te gebeuren. Door de wirwar van mensen en straatjes lopen we, met de aanwijzingen van onze gastheer op zak, richting 'La Place'. Het hypnotiserende geluid van de slangenbezweerderfluitjes en trommels zwelt aan. Tussen de karren met sinaasappels en noten lopen we het beroemde plein op. Er dwarrelen slierten rook. Overal zitten verkopers van van-alles-en-nog-wat op kleedjes op de grond. Aan de rand van het plein zijn de lantaarnwinkeltjes die voor prachtig licht zorgen. De rook en heerlijke geuren komen van de genummerde openluchtrestaurantjes in het midden van het plein. Aan schoenenpoetsers geen gebrek. We zien waarzegsters, acrobaten, muzikanten, balletje-balletje, en heel veel toeschouwers. Het plein is één groot spektakel! Het is dus waar wat ze zeggen!

De enthousiaste propper van stalletje 23 weet ons 'binnen' te lokken met zijn geplastificeerde menukaart met plaatjes van kebabspiezen. We hebben plaats genomen aan een lange tafel die een andere enthousiasteling vol kleine gerechtjes zet. Couscous, lam, sardines, salades, aubergines, olijven, brood; alle hoogtepunten van de Marokaanse keuken op één tafel! Wat een overdaad en wat een heerlijke ontvangst.

In de dagen hierna gaan we helemaal op in deze magische stad. We leren afdingen in de oneindigende souks; de dolhof van straatjes en steegjes, sommige overdekt, sommige niet, waar alles te koop is. We drinken mierzoete muntthee op de prachtigste dakterrassen. We laten alle kleuren op ons inwerken en we pakken onze verdiende rust bij onze vriend in de riad. We lopen nog vele rondjes en kijken onze ogen uit op Djemaa el Fna. Maar bovenal: we blijven ons verbazen.






