Vreemd vlees
In onze westerse wereld vind je op de menukaarten niet veel meer vleessoorten terug dan rund-, varkensvlees en kip of kalkoen. Krokodil en struisvogel zijn in Nederland al ‘bijzondere’ vleessoorten. Iedereen weet wel dat in Peru op elke menukaart cavia terug te vinden is. Deze smakelijke hap is niet geschikt voor mensen die geen dier meer willen herkennen op hun bord. De gemiddelde cavia wordt in zijn geheel opgediend: zelfs de tanden worden doorgaans niet verwijderd.
Wie overdag gamedrives maakt door de wildparken van zuidelijk Afrika en zijn ogen goed de kost geeft, kan eigenlijk gewoon kiezen wat hij die avond wil eten. Elk restaurant biedt een keur aan vleessoorten: gemsbok, springbok, koedoe en zebra, verwerkt van biefstuk tot carpaccio. Ook de supermarkten vind je al deze ‘game’ terug om hem ’s avonds lekker zelf op de ‘braai’ te gooien. Malser en lekkerder vlees heb ik in mijn, inmiddels zeer rijke ervaring, nooit gegeten
Het walhalla voor de culinaire toerist is Zuid-Oost-Azië. Diverse soorten slangen, ratten en muizen vind je terug op de reguliere menukaart. Vietnam staat erom bekend dat er hond gegeten wordt, maar het is geen eenvoudige klus om hondenvlees voorgeschoteld te krijgen. Hond is het rundvlees voor de armen, dus de meeste restaurants bieden het niet aan uit angt voor hun goede naam. Wie
echter goed zijn best doet, kan echter een heel eind komen. Zelf kwam ik ooit via een hoop smalle steegjes terecht op een binnenplaats met een zeer kleine eetgelegenheid. Er werd alleen Vietnamees gesproken, maar ik wist dat ‘cho’ hondenvlees betekent. Dat en een rondleiding door de keuken maakten me duidelijk dat ik op de juiste plaats was aanbeland. Ik deelde mijn tafel met een straalbezopen man, die me hielp met uitzoeken en uitlegde hoe ik het moest eten.
Insecten en spinnen
De oplossing van het wereldvoedselprobleem is eenvoudig. Als iedereen overstapt op het eten van insecten, dan heeft er nooit meer iemand honger. Toch is het voor veel mensen een stap te ver om zo’n klein kruipertje in hun mond te stoppen. Maar 
waarom zou je je ook beperken tot kléine beestjes? In Namibië kun je vrij gemakkelijk aan gefrituurde rupsen komen. Zelf vond ik die niet lekker, maar dat kwam vooral omdat je niks anders proefde dan frituurvet.
Nee, ook voor deze lekkernijen kun je je het beste naar Zuid-Oost-Azië begeven en dan met name naar Cambodja. Overal langs de wegen vind je bakken vol met sprinkhanen, kevers, rupsen en krekels, maar de hoofdattractie van het Cambodjaanse menu is de gebakken tarantula. De vogelspin wordt slechts ontdaan van zijn giftanden en aan elke kant een minuutje gebakken. Er staan zelfs nog haren op deze delicatesse op het moment dat je hem in je mond steekt. In de tijd van de Rode Khmer werden er veel vogelspinnen gegeten, omdat men
eenvoudigweg niets anders had. Tegenwoordig is het een geslaagde truc om toeristen te doen griezelen. Wie echter zo ver durft te gaan er een op te eten zal merken dat dit nog een zeer smakelijke hap is. De pootjes zijn nog wat saai en chipsachtig, maar als je je tanden in het achterlijf zet, proef je iets bijzonders: onvergelijkbaar, maar heerlijk! Als je liever niet van straattentjes eet, probeer dan zeker een keer de gebakken tarantula van restaurant Romdeng in Phnom Peng (74 Street 174).
Specialiteiten
Slechts één keer heb ik gewalgd bij het eten van iets bijzonders. Een traditionele specialiteit uit Zuid-Vietnam is het 
eendenembryo. Vlak voor uitkomen worden eendeneieren daar gekookt, zodat je het malse baby-eendje zo uit het ei kunt lepelen. Zelf zou ik het nooit besteld hebben, maar toen het me werd voorgeschoteld, kon ik het natuurlijk niet weerstaan het op zijn minst te proberen. Griezelend kauwde ik me een weg door veertjes, zachte botjes botermals vlees. Alleen het snaveltje liet ik liggen. Van het idee gruwel ik nog steeds, maar het experiment kon toch zeer geslaagd worden genoemd.
IJsland is een prachtig land. Daar staat tegenover dat de banken er niet zo goed met geld om kunnen gaan, dat IJslandse vulkanen regelmatig het Europese vliegverkeer platleggen en dat er nog volop op walvissen wordt gejaagd. Dat laatste is dan ook wat ik aantrof op een menukaart in een restaurant in Reykjavik. Het was een dure grap, maar dat vind ik niet belangrijk. Belangrijker vond ik op dat moment de morele kwestie. Moet ik zo’n bedreigde diersoort gaan opeten? Bij het eendje dacht ik nog: ‘Nu is hij toch al dood,’ maar bij het walvissenvlees kwam mijn geweten daar niet mee weg. Ik besloot een ordinair biefstukje te bestellen. Spijt? Als haren op mijn hoofd! Maar dat besef komt natuurlijk pas bij terugkeren op het Europese vasteland. Mocht ik ooit nog terugkeren in Reykjavik, ik zou het restaurant nog precies weten te vinden en het dan ook zeker met een bezoek vereren. En tot die tijd blijf ik zoeken naar nieuwe culinaire uitdagingen om mijn lijstje mee aan te vullen.





Reizen is niet alleen het ontdekken van onbekende gebieden. Het is ook de ultieme manier om kennis te maken met de gebruiken van de plaatselijke bevolking. Een belangrijk onderdeel daarvan vormt voor mij het leren kennen van de eetgewoonten in een land. Sinds de eerste keer dat ik sprinkhanen voorgeschoteld kreeg, zoek ik mijn reisdoelen uit op de mogelijkheden om ter plaatse vreemde diersoorten en vreemde onderdelen, zoals ogen en geslachtsdelen van de bekende te proeven.