Tibet reisverslagen

China en Tibet: "Gebedsvlaggen in de wind" (deel 2)

Een reisverslag van de rondreis die Piet en Marian de Vaan in april en mei 2004 door China en Tibet maakten. Hier kun je het Tibet-gedeelte van hun reis lezen.
Lees meer...
 

Op grote hoogte in Azië

Een reisverslag van de georganiseerde rondreis die Henk de Mari in 2001 door Nepal en Tibet maakte.
Lees meer...
 

Tibet Compleet; een maand door China en Tibet

E-mail Afdrukken
China en TibetHet was een heerlijk rustig reisje naar Schiphol en daar kwamen we al voor 14.00 uur aan. In december 2005 hadden we ook een e-ticket maar er is in die tussentijd veel veranderd. Bij balie 13 en 14 kon je zelf achter een scherm je instapkaarten regelen. Maar hoe je nu toegewezen stoelen weer kunt wijzigen is mij een raadsel gebleven en achteraf is dat maar goed ook.

Wat niet erg duidelijk aangegeven staat is wat je vervolgens moet doen. We stonden al in een rij (Margot) en het was onaangenaam druk. We stonden in een lange rij richting balie. Dar duurde een uur en daardoor hadden we direct last van de rug.
Grote 747-400 van de KLM met een rechtstreekse vlucht naar Beijing. Deze vlucht was ongeveer 60 euro per ticket duurder dan met Air France via Parijs, maar dat hadden we er wel voor over. De toegewezen plaatsen waren 17E en 17D en die waren prima. We zaten in een rijtje waar twee stoelen stonden. Het vegetarische eten was geregeld (Aziatisch) en kwam uit de Indiase keuken. Mijn pasta was ook niet slecht. We krijgen te maken met 6 uur tijdsverschil.

We hadden flink veel uren vrij voordat we verder konden vliegen. Nu we geen haast hadden overkomt je het volgende: je bent snel uit het vliegtuig, heel snel door de douane, je bagage ligt al bijna te wachten, er is geen rij bij de Exchange, je hotel heb je in een mum van tijd gereserveerd. Voor al deze bezigheden hadden we bijna 7 uur tot onze beschikking!

We kunnen ons niet heugen dat we ooit zo snel door de douane zijn gekomen. In de grote hal achter customs, zijn meerdere banken en meerdere balies om hotels te reserveren. Het is namelijk zo, wanneer we uit Lhasa vertrekken voor de vlucht naar Beijing, dan komen we pas ’s avonds aan. De week er na is de vakantieweek van de Chinezen en dan wil je liever niet in China zijn. Daarom leek het ons verstandig een hotel te boeken voor die zaterdagnacht. Voor 480 Y is er nu een kamer gereserveerd, met een pick-up service. We hebben 100 Y borg/deposit betaald. We moeten ons voor deze free taxi melden bij de balie wanneer we geland zijn. We zullen zien of het klopt.

We hebben veel geld moeten wisselen. Tot Lhasa (over pas drie weken) zullen we geen bank meer zien. Het domestic gedeelte zit een verdieping hoger, maar er zijn weinig zitmogelijkheden en alle stoelen zijn bezet. We hebben wat rond gevraagd en daaruit hebben we begrepen dat vanaf 13.00 uur ingecheckt kan worden en dat duurt nog 3 uur.

We hadden moeite de oogjes open te houden tijdens het wachten op de begaande grond waar we wel plaatsen gevonden hadden. We hadden de ticket naar Lanzhou via internet bij een Duitse organisatie gekocht en de grote vraag was natuurlijk of de tickets fake waren. Dat waren ze niet want we kregen zonder problemen instapkaarten en in een Boeing 737 (half vol) vertrokken we om 15.00 uur.

Twee uur later kwamen we in Lanzhou aan. We vlogen over een desolaat landschap. Er was weer een vlotte bagage afhandeling. Onze gids Wandhi stond ons op te wachten. Hij had het niet moeilijk, we waren de enige buitenlanders op deze vlucht. In een minibusje reden we naar de stad, 80 kilometer verderop en daar waren we binnen het uur. Vlakbij het station logeerde we in het Yingbin hotel. De kamersleutel kregen we onderweg al. Zijn vriendin met een klein dochtertje waren er ook.

Met Wandhi ging ik op zoek naar een kopieermachine. Hier en daar waren ze er wel, maar werkten niet. Bij poging zes hadden we succes. De entreestempel uit het paspoort moest naar Lhasa worden gestuurd om permits voor Tibet aan te kunnen vragen. Per fax hebben we de kopieën door gegeven.

We hebben wat rondgelopen en wat bier en water gekocht. Gegeten hebben we de eigen gemaakte prei-champignonstaart en de maaltijd werd opgeluisterd door muziek uit de I-Pod.

Zondag 2 april Xiage, Leopard Hotel
Vanmorgen was het plan om 09.00 uur te vertrekken, maar de chauffeur kwam pas drie kwartier later. Clary, de vriendin en hun dochtertje Lamo gingen met ons mee. Lanzhou is een drukke stad en heeft 4 miljoen inwoners, dus daar ben je niet zo maar uit. Je rijdt vervolgens op een 90 kilometer lange tolweg, dan volgt een gedeelte over een slechte weg. Ze zijn bezig hier ook een snelweg aan te leggen. De laatste 30 kilometer weg was weer prima.

Onderweg hebben we gelunched in Linxia voor een noodlesoup. Tijdens het vervolg van de reis zijn we veel inwoners van deze stad tegen gekomen. Mensen van deze moslimgroep de Hui hebben nieuwe zaakjes opgezet in Tibet, veelal restaurantjes.

We zijn gestopt bij de oorspronkelijke grens tussen Tibet en China. Een pagode en een poort markeren de plek en hoewel er niet veel te zien is, is dit een belangrijke plek voor de Tibetanen.

Om 16.00 uur waren we in Xiage. Het is eigenlijk maar een straat, het eerste gedeelte Chinees en het tweede stuk, tot het klooster is Tibetaans. Het hotel is eenvoudig, met heel behoorlijke kamers, twinbed en televisie.

We hebben direct het dorpje verkend, we zitten vlakbij het klooster en we zagen pelgrims langs de gebedsmolens lopen. Bij een oude schoenmaker langs de weg heb ik mijn schoen laten repareren, de zool begon los te geraken.
Voor 10 Y werd deze gelijmd en met de hand gestikt.

Tijdens ons verblijf in Xiage hebben we een ander Westers stel gezien. We zitten dus buiten het seizoen. Bijna elke reisorganisatie heeft Xiage opgenomen in de route.

In Tsewong’s Café hebben we tomatensoep, pizza en noodlesoup tot ons genomen. Het is gaan regenen. We hebben nog wat bier en water gekocht en zijn daarna direct gaan slapen. We hebben matig geslapen en hebben een lichte hoofdpijn. Vooral bij het trappenlopen merk je dat je hoog zit.

Maandag 3 april Xiage
Om 9 uur hebben we ontbeten. Voor 15 Y krijg je 2 eieren, 2 hompen geroosterd brood, thee, yoghurt en jus. Om 10 uur kwam Wandhi Khar op zijn motor voorrijden. Elke ochtend om 10.15 uur is er een rondleiding in het klooster. Het is steeds dezelfde monnik die dit doet. Hij schijnt nogal aantrekkelijk voor vrouwen te zijn. Het is een voormalige klasgenoot van onze gids nog uit hun Indiase periode. (Veel Tibetanen zijn gevlucht en vluchten ook nu nog naar India en sommigen daarvan keren weer terug.) Er liep ook een Chinees-Amerikaans meisje mee, een groep van drie dus.

Het was een tour van 2 uur en de entree is 40 Y. We verstonden hem niet zo goed. Zijn Engels is wat monotoon en veel van zijn woordenschat bestaat uit boeddhistische woorden en daar hebben we niet veel van begrepen. De belangrijkste gebouwen hebben we gezien. Van binnen lijken ze op elkaar. Er zijn veel Boeddha beelden, verguld, en er zijn veel andere beelden eromheen gegroepeerd. Veel doeken hangen vanaf het plafond. Er is een matige verlichting en er branden veel boterkaarsjes. Het stonk er minder dan we verwacht hadden.

De sculpturen van yakboter mochten gefotografeerd worden. Ze blijven een jaar staan.We hebben de geelkappen gezien. Er zijn drie orden, waarvan de geelkappen de meest voorkomende zijn. Tegen 12 uur kwamen ze bij elkaar en begonnen ze te hummen.
Ze wierpen nieuwsgierige blikken naar ons, zittende op kleedjes in kleermakerszit, steeds maar weer mantra’s prevelend. Dit was een indrukwekkend moment.

Wandhi stond na afloop op ons te wachten. Hij en de chauffeur Pema waren op de motor, wij zijn lopend terug gegaan naar het dorp. In het café zaten ze op ons te wachten, ook vrouw en kind waren er. De tomatensoep smaakte uitstekend. We zijn met ons vieren de pelgrimsroute rond het klooster gaan doen. Pema begon optimistisch aan de gebedsmolens te trekken. Hij heeft er toch een paar honderd in beweging gezet.

Deze pelgrimsroute, de cara, is 3 kilometer en onderweg hebben we veel Tibetaanse deelnemers gezien. Een aantal volgde de route op de moeilijke manier, dat wil zeggen, de voortbeweging van plat op de buik, twee passen voorwaarts tot op de plek waar de handen de grond hebben geraakt en weer plat op de buik. Hoe houden ze dit vol?

We hebben tijdens onze route twee uitstapjes gemaakt. Links van de gebedsmolens staan kleine huisjes aan elkaar geschakeld, waar kunstenaars wonen en werken. We hebben een schilder aan het werk gezien. Heel fijn priegelwerk, in opdracht maakte hij iets voor een huisaltaar. Hij werkt een maand aan een doek. Ergens anders had iemand een beeld van klei gemaakt, welke nog gebakken moest worden.

Halverwege de tocht zijn we de houten brug over gestoken en hebben een van de heuvels beklommen. Van daaruit heb je een mooi overzicht over het kloostercomplex. De zon wil er een beetje doorkomen en zo zien we gouden beelden op de diverse daken opschitteren.

We hebben de route weer opgepikt. We hadden nog een korte onderbreking. Een Tibetaanse vrouw had muntjes en wilde graag van ons horen waar die muntjes vandaan kwamen. Daar zaten toch een aantal oude exemplaren bij.

We moesten wat meer klimmen nu en intussen hadden we uitzicht op een aantal oude kloostergebouwen met veel bladgoud op de daken. De zon scheen er prachtig op. Om 16.00 uur waren we rond.

We zijn twee uur later gaan eten. We zijn verslaafd geraakt aan de tomatensoep. Margot had een pizza en ik spaghetti. We hebben de regenjassen aan moeten doen, want het sneeuwt volop en de sneeuw blijft liggen. Het was koud, ook binnen en dus werd een straalkacheltje aangezet.

De kok vond het raar dat de toeristen zijn spaghetti niet lusten. In plaats van saus serveert hij het met gebakken groente en dat is wellicht vreemd, maar het smaakt prima. Vanmorgen hadden we niet betaald (geen wisselgeld) en nu kwamen we op 145 Y uit voor drie maaltijden.

Door een sneeuwstorm terug gelopen naar het hotel, op sommige plaatsen was het glad. We hebben wat t.v. gekeken, CCTV 9 de Engels talige zender. We zijn vroeg gaan slapen, om 21.00 uur.

Dinsdag 4 april Xiage
We hadden de wekker op 07.30 uur gezet, we hebben beiden redelijk geslapen. Toen we naar buiten keken zagen we dat het overal wit was. Buiten waren de winkeliers bezig hun stoepjes schoon te vegen.

Het ontbijt was om 08.15 uur, de baas stond ons al op te wachten. Banaanpannenkoek met honing, flink dikke exemplaren, prima maagvullers en een zeer geschikt ontbijt voor de winter. 

Foto van sneeuw in TibetIn de lounge van het hotel hebben we gewacht op onze auto. De landcruiser is ruim, dus dat komt wel goed. Op naar de grassland, voor vandaag de snowlands, want er was afgelopen nacht flink wat sneeuw gevallen.

Er is een gate gemaakt, waar je zomers een entree moet betalen. Speciaal voor het toerisme is er een geasfalteerde weg aangelegd. Al vlak na Xiage zie je diverse ressorts, de Chinezen zijn daar dol op. We komen nu helemaal niemand tegen.

Het werd een prachtige rit door en langs besneeuwde heuvels. Onderweg zagen we schapen en yaks driftig speurend naar eten onder de sneeuwlaag. We zagen af en toe wat huisjes en soms kwamen we Tibetanen tegen, lopend of op een motor. Tien kilometer voor het einde van de weg hebben we een heuvel beklommen. Het was de scheiding tussen de zomer- en de winterweiden. Het was nog geen gemakkelijke klim. We moesten door de sneeuw ploeteren en af en toe voelde je je voeten wegglijden. Het uitzicht was mooi.

Op de terugreis zijn we gestopt bij een Tibetaanse familie. Daar hebben we thee (geen yakboterthee) gedronken en kregen we verse yoghurt. Wandhi maakte tsampa klaar, een ander beroemd/berucht Tibetaans gerecht. In een kom wordt yakboter gedaan, geen kinderachtige hoeveelheid. Theewater wordt toegevoegd en vervolgens komen daar bij suiker en meel (gerst). Met de vingers wordt dit tot een kleverige substantie gekneed. Om te proeven lukt het om een paar hapjes te nemen, maar het smaakt beslist niet naar meer. Het is machtig eten, lijkt me. Het onderkomen was primitief maar voldeed.
Ondanks het biljet van 50 Y, dat ze van de gids kregen, waren de mensen gastvrij en nieuwsgierig.

Terug in Xiage hebben we het kleine complex van de roodkappen bezocht, 25 Y p.p. De monniken hadden zich net verzameld in hun ontvangstruimte en waren bezig hun mantra’s aan het opzeggen. Hier hebben we duizend dezelfde afbeeldingen gezien, een fenomeen dat zich nog talloze malen zal herhalen.

Het klooster was niet zo bijzonder. We zijn ook bij de nunnery geweest, maar verder dan de toegangsdeur zijn we niet gekomen, die er overigens fraai uitzag. We zijn daarna bij Wandhi thuis uitgenodigd. Het huis heeft een veranda, met glas beschut. Het heeft een gebedsruimte, mooi Tibetaans beschilderd, er is een ontvangstruimte en een slaapkamer cq de eigen woonkamer. We zijn gastvrij ontvangen met thee, maar we konden ook koffie, bier of iets sterkers krijgen. Er werden chips, nootjes, brood en vlees op tafel gezet. Tibetanen zijn dol op vlees dus de beide heren lieten zich dat wel smaken. We hebben aan deze dag een rode kop over gehouden. De zon heeft de hele dag geschenen.

We hebben nogmaals bij Tsewong’s Café gegeten. Om 21.30 uur zijn we gaan slapen.

Woensdag 5 april Langmusi
We hadden met de eigenaar van het café afgesproken dat we om 07.30 zouden ontbijten. Binnen een mum van tijd hadden we ons eten. De yoghurt is toch wel erg lekker.

Ons hotel kost volgens hun mededelingenbord 160 Y. Even na 08.00 uur vertrokken we. De afgelopen nacht heeft het weer gesneeuwd, niet zoveel als de nacht daarvoor, maar de bergen waren weer wit. We reden op smalle niet geasfalteerde wegen door de grasslands, stijgend en dalend, een prachtige rit.

We zien yaks en schapen in de velden of bij de huizen. Aangelijnd lopen daar grote grommende en blaffende honden. De nomaden hebben last van wolven en vossen, vandaar de honden.

Het tweede gedeelte van deze dagreis ging over een prachtige sneeuwvrije en snelle weg. We waren dan ook al om 12.30 uur in Langmusi. Het hotel heet: Langmusi Yuan Hotel en het hangbord geeft de prijs voor een standaardkamer van 90 Y aan. Het hotel is nieuw, is vorig jaar gebouwd en heeft een prachtige receptieruimte. Het ziet er op en top Tibetaans uit en is geschilderd in felle en vrolijke kleuren. Onze kamer is ruim, er staan twee bedden in, er is een t.v. met alleen Chinees sprekende zenders en er is zowaar goede verlichting. In de badkamer staat de kachel aan en een kleine was ligt daarop nu te drogen.

We zijn direct op zoek gegaan naar de beroemde Leisha restaurant, maar dat konden we niet vinden. We zijn de straat doorgelopen en uit een luidspreker schalde Tibetaanse muziek. Op een stoepje gezeten hebben we geluisterd. Even later kwamen onze Tibetaanse begeleiders eraan en met behulp van Wandhi hebben we vijf cd’s gekocht. Ze kosten of 10 Y of 15 Y. We hebben gelunched tegenover de muziekwinkel. Wandhi kent de eigenaar, want die is ook afkomstig uit Xiage. Er is een uitgebreide menukaart in het Engels. Aubergine in sweet en sour (overheerlijk), spinazie met knoflook, een schotel met ei en tomaat en grote stukken fungus. Ook was er een schotel met gebakken rijst met ei en groente. Voor 47 Y hebben we ons een buik met een punt gegeten. We kregen warme yakmelk om te proeven.

Foto van gebedsmolensMargot en ik zijn gaan lopen, de straat verder gevolgd, bruggetje over, langs het water in omgekeerde richting, een ander bruggetje over en de hoofdstraat weer in. Weer naar het eind door gelopen en aan het einde van de straat rechtsaf en dan omhoog richting klooster. Bij de ingang zijn we gestopt, anders moesten we entree betalen. We zijn weer afgezakt en beneden gekomen zijn we rechtsaf gegaan richting het andere klooster. Langmusi ligt op de grens van twee provincies. Het ene klooster ligt in Gansu, het andere ligt in Sichuan. Bij het andere klooster gekomen zagen we een Chinese pagode van vier verdiepingen en een gebouw met gebedsmolens. Verderop zagen we nog meer gebouwen met gebedsmolens.

Door onze nieuwsgierigheid zijn we boven op de heuvel beland. Er stond een gemene koude wind. We hebben een groot gedeelte van de pelgrimsroute gedaan, alleen liepen we de verkeerde kant op. We zijn langs een aantal tempels in het centrale gedeelte gelopen, naar beneden dit keer en zo kwamen we het dorp weer in. We hebben echt genoten van een heerlijk glas thee (8 Y per stuk). Deze thee smaakt zelfs nog goed nadat er al voor de zesde keer heet water is bijgevuld.

We zaten in een andere ruimte dan bij de lunch, hier brandde de verwarming, maar het tochtte er flink. Om 18.30 uur hebben we eten besteld: dun gesneden flinters aardappel met groene peper (en die waren heet), twee soorten paddestoelen, tomaat met paddestoel en witte rijst. Ook een biertje erbij (hier 6 Y), totaal 56 Y.

Op weg naar ons hotel kwamen we Wandhi en Pema tegen, zij gingen nu avondeten. Ons hotel kent het oude systeem van etagemiep. Die moet je dan eerst vinden anders kom je de kamer niet in. Deze dame zag ons aankomen en liet een briefje zien, maar daar begrepen we natuurlijk niks van. Er was eerst geen warm water, alleen maar koud. Het werd zelfs niet eens lauw. Toch maar sokken en onderbroeken gewassen.

Donderdag 6 april Langmusi
Warm water was er vanmorgen ook niet en in Spartaans douchen hadden we geen zin. We hadden de wekker om 06.45 uur voor het geval dat Wandhi om 07.00 op de hotelkamerdeur zou kloppen indien er een sky burial zou plaatsvinden.

Hij kwam niet, dus hebben we de wekker een uur verder gezet. We hadden geen zin in een uitgebreid ontbijt en de meegebrachte repen van Peijnenburg brachten uitkomst. Thee hebben we gezet van het water uit de thermoskan van gisteren, wat nog warm was.

Om 09.00 uur zaten we op het stoepje van ons hotel. En vijf minuten later kwam de auto voorrijden. We reden het dorp uit, rechtsaf naar de Lamao Monastery. Entree is 15 Y. Gisteren waren we tot de poort gekomen. Met de auto reden we verder, stijgend, gebouw na gebouw passerend. Het was nog een flinke klim geweest naar de begraafplaats.

Deze is duidelijk te herkennen aan de vele gebedsvlaggetjes. Vorig jaar hebben we een documentaire gezien hoe het in zijn werk gaat. Dode Tibetanen worden bij het klooster afgeleverd. Monniken bidden urenlang. De volgende dag worden ze naar een hoge heilige plek in de bergen gebracht. De kleren worden verbrand of gewoon op de berg achter gelaten. Het hoofdhaar wordt afgeknipt, anders dreigt er verstikkingsgevaar voor de gieren. Het lichaam wordt vervolgens geslacht. Op televisie leek het erg luguber. De botten worden met stenen verbrijzeld. We zagen een bijl en een mes liggen en her en der stukjes lichaam, iets te groot voor de gieren. De familie is hier niet bij aanwezig. Die komen vijf dagen later om gebedsvlaggetjes te plaatsen.

Het is vandaag zonnig en vanaf de heuvels rondom de sky burial heb je een fantastisch uitzicht op de bergen in de omgeving. In stilte hebben we daar een half uur gezeten. We hebben de gieren helaas weggejaagd. Adelaars vliegen hier ook rond. We hebben een dood exemplaar aan een schutting van een huis zien hangen, enorme vogels zijn het.

We zijn naar het kloostercomplex terug gereden. Wandhi vroeg ons of we een monkhouse wilden zien. Hij stapte een deur binnen waarachter een jonge monnik op de veranda in het zonnetje aan het studeren was. Hij had geen bezwaar tegen onze komst en ging er nog eens goed voor zitten toen het fototoestel op hem gericht werd. Er kwam nog een monnik binnen. Wandhi vond een geelkap en zette die op het hoofd van deze laatste monnik. Ook hier hebben we foto’s van genomen.

We zijn in een kloostergebouw geweest en hebben de 1000 geschilderde Boeddha’s aan de wand gezien. Het was binnen maar spaarzaam verlicht. Twee monniken bleven tijdens dit bezoek vlak bij ons. Het voorportaal was rijk versierd. We hebben nog een ander huis bezocht en nu zijn we ook binnen geweest. De woning bestaat uit twee vertrekken. Er is een gebedsruimte en een woon- en slaapkamer. De laatste kamer heeft een grote kachel in het midden, waar op de obligate waterketel staat te pruttelen. Dit soort kachels zie je hier overal. De wanden bestaan uit kastjes zodat het geheel een opgeruimde indruk maakt.

Terug naar het dorp, dat wil zeggen de auto stond geparkeerd bij Talo’s restaurant. We hebben thee en een sandwich gehad. Dit is een groot brood met tomaat, gebakken ei en rauwe ui en het werd warm opgediend. Toen we aan Talo vroegen naar de naam van deze lekkere thee en of hij dat op wilde schrijven reageerde hij met de melding dat hij ons wel wat kon geven. Kopen zei ik. In een plastic zakje werd wat thee gedaan. We moesten dit eigenlijk drinken met een lepeltje honing. Vol trots liet hij een jerrycan met honing zien, number one zei hij. Ook daar kregen we wat van. Een klein potje met natuurlijke honing is nu in ons bezit. Hij wilde er geen geld voor hebben!

Vanmiddag zijn we naar het andere klooster geweest. Allereerst naar de gorge naast het klooster. Vanwege het voorseizoen was er geen entree. Op deze hoogte valt klauteren niet echt mee, maar moeilijk was het ook weer niet. Het was een half uur lopen naar het einde van het ravijn. Het water naast het pad was bevroren. We hebben een poosje in de zon op de grond gezeten. Toen de zon verdween werd het ogenblikkelijk koud. Dit werd het sein om te vertrekken. Van het tweede klooster hebben we een deur gefotografeerd welke door zijn goudverf oplichtte.

Tegen 16.00 uur waren we in het hotel terug. We hoorden muziek luid klinken uit de naburige disco.

We hebben ons eten achter de rug en buiken nu wat uit met een lekker Huanghe biertje. Er was in het restaurant meer bedrijvigheid dan gisteren. Er werd nog druk gewerkt aan het andere gedeelte van het restaurant. In het oude gedeelte hebben de baas en een monnik een deur beschilderd. Nu helpt ook onze chauffeur mee. Hij vult de lijntjes met goudkleurige verf. We hebben net Talo een ansichtkaartje van Groningen gegeven en een doosje snoepjes. Hij pakt het niet direct uit.

Vrijdag 7 april, Zoige 14.30 uur
Even na achten zijn we gaan ontbijten. Het was rustig op straat. De hoofdstraat is kortgeleden geasfalteerd, alle reisverslagen spreken over modderige wegen. Het slootje langs ons hotel stroomt over de hoofdweg en dat is zeker modderig, maar vanmorgen was alles bevroren. De zon scheen alweer en het beloofd een mooie dag te worden. Onze dunne pannenkoeken met appel waren koud, maar hadden smaak.

Op de terugweg stond ‘onze’auto voor Leisha’s restaurant. Ze zijn vanmorgen weer open gegaan. Onze Tibetanen zaten daar aan het ontbijt. Hier moesten we natuurlijk naar binnen gaan. In elk reisverslag wordt gerept over Leisha. Ze is beroemd om haar apple pie. Het is een kleine ruimte, knus met een grote bank aan de wand en enkele kleine tafeltjes en stoelen. In het midden een grote zwarte kachel. Hier bovenop stonden grote waterketels stoom te blazen. We hebben 1 appeltaart (8 Y) besteld, welke in een mum van tijd de kachel in ging. Af en toe keek manlief (een hele grote man met baard) hoe het er mee stond. De bazin is een kwebbeltante. We wilden thee en ze noemde een aantal soorten en gaf in een adem direct antwoord voor ons. We kregen een glas met 8 verschillende bloemen. Wel bijzonder, maar niet erg lekker. De appeltaart was heerlijk en naar Langmusi gaan zonder dit fenomeen geproefd te hebben zou niet compleet zijn geweest. 

Foto van het Flower Lake/ Guan Hu Om 09.45 uur gingen we uiteindelijk weg. We hadden een onverharde weg, ze zijn bezig een snelweg aan te leggen. Het landschap is mooi. De pas die we over moesten was 3.700 meter en diverse vrachtauto’s hebben het er maar moeilijk mee. Op het hoogste punt zijn we gestopt om foto’s te nemen van de omgeving. Hierna volgt een hoogvlakte. Zomers staat het hier vol met nomadententen, nu oogt het kaal en zien we af en toe kuddes schapen of yaks. Wandhi wist nog een leuk uitstapje te maken. Bij het bord: Flower Lake/ Guan Hu moet je rechtsaf.

De entree is normaal 20 Y, maar nu mochten we voor 10 Y maar dan wel zonder ticket. Er loopt een smalle weg naar het meer. Daarna start een houten voetpad, dat loopt door het sompige gedeelte. Dit pad is kilometers lang. De natuur is prachtig, meertje met watervogels, we hebben kraanvogels gezien, er zijn steppes met kuddes beesten, ook paarden en op de achtergrond zijn er de met sneeuw bedekte bergen. Wandhi had slices gebakken banaan bij zich.

Onderweg zagen we tientallen marmotjes voor de auto uit sprinten en in holletjes duiken. De weg bleef na het meer onverhard. Volgend jaar is deze weg ook klaar.

Zoige is een klein plaatsje. Er is een groot paars hotel even buiten het stadje, maar dat is nog niet open. Het hotel waar we nu inzitten: Ruoergai Hotel is super de luxe. We gaan zo het plaatsje verkennen.

Vervolg: 21.00 uur.
We komen net onder de douche vandaan, weer eens een warme. In Langmusi was ook wel een douche maar daar kwam zelfs geen lauw water uit. Van Wandhi hebben we gehoord dat de kamer 300 Y kost. De wandeling van vanmiddag was leuk. Het opvallende van Zoige is het ontbreken van gemotoriseerd verkeer. Er zijn vrijwel geen auto’s en motoren, ook bijna geen taxi’s. We zien wel veel fietsriksha’s en dan moet je je realiseren dat we op 3500 meter hoogte zitten!

Ons hotel ligt aan de brede hoofdstraat. Om in het centrum te geraken loop je naar rechts en dan heb je een aantal straten naar links. Wandhi vertelde al dat het centrum opgefrist was. De buitengevels moesten er Tibetaans uitzien, dus met siergevels. Dat is een geslaagd project, het vrolijkt de boel op. Bijna allemaal winkeltjes. De mensen waren verbaasd ons te zien maar ze waren erg vriendelijk. De nomaden die voor inkopen in de stad waren, stonden met open mond te kijken.

We hebben nog een muziek cd gekocht. Tot twee keer toe zijn we Wandhi en Pema tegen gekomen, ze waren ook winkels aan het bekijken. Voor 8 Y hebben we een yakboterkaarskandelaartje gekocht, van de soort die we veel in de kloosters hebben gezien.

Bij terugkomst in ons mooie hotel hebben we een kopje thee op de kamer gedronken en naar de muziek uit de film Himalaya geluisterd. Om 19.00 uur kwamen de heren met de auto het parkeerterrein oprijden. De auto was gewassen en die hebben we achter gelaten. We hebben twee honderd meter verderop gegeten. Voor het eerst echt met ons vieren. De bekende ei-tomaat, spinazie, paddestoelen en een vleesgerecht. Dat was smakelijk. Het eerste biertje was dood en vies. De andere drie waren ok. Totaal 62 Y.

Zaterdag 8 april Barkham of Markham of Maerkung
Verschillende schrijfwijzen voor dezelfde stad. Vanmorgen om 08.00 uur op zoek naar een ontbijt, maar dat viel nog niet mee, het plaatsje was nog in diepe rust. We hebben wel een restaurantje gevonden: noodle soup met flinters aardappel, courgette en augurk. Ook thee en onze Tibetanen zorgden daarvoor. Ze zijn erg hulpvaardig en hun bemoeizucht wordt hier blijkbaar normaal gevonden. De zon scheen, maar het was bewolkt en op de lunchplek hagelde het even.

Wat waren de opvallende dingen vandaag? De hele rit ging over een geasfalteerde weg. Het eerste stuk bestond uit grasslands, een prachtige hoogvlakte met veel vee en op de achtergrond de inmiddels bekende besneeuwde toppen. De hoogste pas van vandaag was 4.000 meter om ongeveer 14.00 uur en daarna gingen we 100 kilometer naar beneden en we zitten nu op 2.700 meter.

Na de pas, prachtig omgeven door witte bergen, veranderde het landschap. Het begon op Europa te lijken. We zagen weer bomen. De weg kronkelde langs een rivier en een bergwand. Er waren pijnbomen zoals we ze al veel gezien hebben. Maar je bleef gebedsvlaggetjes zien. De huizen zijn fraai en hebben opvallende raamkozijnen, althans de versieringen rondom de ramen.

We hebben een stukje langs de Gele rivier gereden.
Voor de lunch hebben we nog iets opvallends bezocht. Een kleine tempel met twee rijtjes stupa’s erbij. Maar wat opviel waren de enorme hoeveelheden gebedsvlaggen.

De meeste waren vanaf een paal als spaken in een wiel naar beneden getrokken. Er stonden heel wat palen. Een groepje mensen was bezig van klei in mallen diverse gebedsuitdrukkingen aan het maken, die vervolgens in een kuil werden gestopt. Daarna komt er een soort houten hondenhok op. Volstrekt onzinnig werk. Het dorp heet Wa Qie.

Tegen half vijf waren we in Barkham. Het hotel dat Wandhi in gedachten had was een bouwput. Het volgende hotel wat hij probeerde wilde geen buitenlanders opnemen. We zitten nu in het Ma Er Kang Hotel, het leek Wandhi te min, maar ik vond het wel meevallen. We slapen hier nu met zijn allen. We mochten hier maar 1 nacht blijven.

Zoals gezegd een echt plaatsje. Ook hier (en dat begint een trend te worden) zijn de deuren van de winkels versierd. Moderne winkels en we zagen ook diverse mensen die modern waren gekleed. Maar er lopen ook traditioneel geklede nomaden. We zagen een aantal vrouwen die nog weer anders waren. Ze hadden een geborduurde doek op het hoofd, erg mooi. Met de mannen zijn we aan het shoppen geweest. De beide Tibetanen liepen winkel na winkel binnen.

We hebben gegeten vlakbij het hotel, eenvoudig zoal we het graag hebben (40 Y). Niet vergeten te vermelden waren de pelgrims onderweg. We zagen een man en een vrouw ’s ochtends in de grasslands de pelgrimstocht op de moeilijke manier doen, plat op de buik. Tientallen kilometers voor en achter hun was alleen maar grassland. We zagen pelgrims in groepen, lopend met volle bepakking. Andere hadden een handkar. Wandhi vertelde dat het twee maanden lopen was naar Lhasa.

Zondag 9 april, Jia Ju Village vlakbij Danba
Een dag vol verrassingen. Vanmorgen om 9.00 uur bleek er een communicatiefoutje met de heren te zijn. Ze bleken al gegeten te hebben. Geen ontbijt dus, maar dat is niet zo erg voor ons niet-ontbijters.

We gingen verder waar we gisteren mee gestopt zijn: dalen. Uiteindelijk zijn we bij 2.000 meter gestopt. De Tibetaanse architectuur in deze omgeving is prachtig. De huizen tellen twee tot drie verdiepingen, het oogt zeer solide van buiten en het gaat speels om met de ruimte binnen. En dan de decoraties! Je ziet ze vooral rondom deur- en raamposten. Na een uurtje rijden zijn we bij een dorpje gestopt en daar hebben we wat rond gelopen. Onderweg zagen we ook vrouwen in de klederdracht rondlopen die we in Barkham hebben gezien. In een ander dorp zijn we gestopt bij een winkeltje waar een aantal oudere vrouwen zich hadden verzameld. Deze vriendelijke dames mochten we fotograferen. Ze vertelden dat verderop dansen op het programma stond.

Inderdaad op een zandbank bij de rivier zat een groepje mensen een vrachtauto met zand te laden. We werden uitgenodigd erbij te komen. Het dorpshoofd gaf ons een hand. Er stonden drie kruiken in het zand met graankorrels aan de bovenkant en drank aan de onderkant. Lange bamboerietjes staken in de kruiken en we moesten regelmatig proeven. De mensen, voornamelijk ouderen waren op hun mooist gekleed, fotogeniek dus.

We hebben ruim een uur gewacht op nieuwe activiteiten, maar er werd geen aanstalten gemaakt om te gaan dansen. We zijn daarom dan ook maar vertrokken. De hele dag zijn we stroomafwaarts gegaan over een redelijke weg.

De weg was soms erg smal en dan is het maar goed dat er weinig verkeer is. Af en toe liggen er stenen op de weg. Die vallen van de bergen en dat moet wel regelmatig gebeuren want we zien veel wegarbeiders aan de weg werken. Een ieder is verantwoordelijk voor een stuk weg. Geen lunch vandaag maar een notenreep. Er zijn stapelwolken en soms dreigt het te gaan regenen. Het is beduidend warmer en je ziet de vegetatie veranderen. Hier is duidelijk de lente zichtbaar met bloesem in de fruitbomen.

Op het tweede stuk van de route zien we dorpjes tegen de berghellingen geplakt. We zien ook een verandering in de raamkozijnen. Om een foto te kunnen maken zijn we gestopt bij een speciaal huis.

Er hingen foto’s van de jonge vrouw die thee ging zetten. Deze foto’s schijnen heel bekend te zijn in China. Ze staat er in klederdracht op. Pema kreeg eindelijk zijn yakboterthee. Zelf hebben we ook maar wat genomen. Het was minder verschrikkelijk dan we in onze herinnering hadden, er zat misschien minder boter in of het was verser.

Een andere auto stopte en twee Fransen op leeftijd stapten uit. Ze konden zich niet met de gids en de chauffeur verstaanbaar maken, dus Wandhi bood assistentie aan. Ze zijn binnen gekomen om te babbelen en thee te drinken. Zij is het type ADHD, maar prettig gestoord kletst ze in een mengelmoes van Engels en Frans. Ze zijn twee maanden onderweg en ook al voor de 7e keer in China. Ze verblijven niet in Danba maar in Jia Ju en dat is erg mooi zeiden ze. 

Foto van prachtige uitzichten onderwegHet zou 10 kilometer de bergen in zijn. Wandhi was daar wel voor in en dus gingen we daar heen. Het was een flinke klim en de uitzichten onderweg waren prachtig.

Het dorp (entree 30 Y) is kortgeleden geopend voor toerisme. Nadat de auto tegen een huis is neergezet, het is een smalle weg, moeten we via een lastig pad afdalen. Daar staat een Tibetaans huis wat als guesthouse dient. We zagen dat ze al ver waren met een nieuw gebouw. Het is groter en zal beter geoutilleerd zijn, of het een hotel of guesthouse gaat worden weten we niet.

Ons verblijf is kleinschalig, slechts een paar kamers naast elkaar. Ze zijn authentiek ingericht en helemaal beschilderd in warme kleuren. De bagage moest nog uit de auto worden gehaald en deze klus kostte enkele zweetdruppels. Er zijn ook andere gasten, een groepje van vijf Chinese jongeren en die maken erg veel lawaai.

Bij het avondeten zaten zij aan een tafel en wij blanken en onze begeleiders aan een andere. We werden toegezongen door gastvrouwen en na elk liedje moest er gedronken worden. In kleine zilveren schaaltjes werd steeds rijstwijn bijgeschonken. Er was genoeg te eten. Er waren diverse borden met varkensvlees, maar er was ook groente, brood en ei. Soep werd als laatste gerecht geserveerd.

Het dansen rond de vuurkorf waar we 75 Y voor hebben moeten betalen was een sof. Een volstrekt overbodige afsluiter van een mooie avond. De vijf danseressen, hoe mooi ze ook waren in hun kostuum en hoe fraai ze hun pasjes ingestudeerd hadden, harmonieerden niet met de muziek. Die kwam uit een installatie met gigantische luidsprekers die in Beijing te horen was. Verder zaten er zoveel hikken in de geluidsdragers, dat het om gek van te worden was. Foto’s maken werd bemoeilijkt door de Chinezen en de Française die door de danseressen heen banjerden. De wanden van de kamertjes waren flinter dun, maar dat mocht de pret van dit verblijf hier niet drukken (80 Y, inclusief eten en drinken).

Maandag 10 april Ka Sa Hotel te Luhuo 22.00 uur
Vanmorgen 08.30 ontbijt met onze begeleiders en de Fransen, Mona en Robert. Warme rijstesoep, gekookt ei, eigen gebakken brood (zonder zout) en yakboterthee voor de liefhebbers.

De auto wilde niet starten, de laatste twee dagen waren er al wat startproblemen. Uiteindelijk lukte het Pema de wagen te keren, maar het ging al snel mis. De motor bleef niet stationair draaien en slaat steeds maar weer af. We konden niks doen. We zijn de 7 kilometer lange weg naar beneden gelopen. De zon scheen, de lucht was blauw en de uitzichten prachtig, dus zo’n straf was het niet. 

Beneden gekomen zei de chauffeur dat alles weer in orde was, maar daar hadden wij beiden geen vertrouwen in. Danba zagen we in de verte liggen. We hebben de afspraak gemaakt dat hij de auto zou laten repareren en dat wij zouden gaan shoppen.

In Danba zagen we meer mensen in traditionele kledij rondlopen dan in Barkham. Hier waren dan ook veel winkeltjes die dit soort kleren verkochten. Ook deze stad heeft de versieringen opnieuw aangebracht.
Voor 70 Y een kannetje en zilveren cupjes gekocht, geïnspireerd door het drankgelag van gisteravond. Om 12.30 uur was er telefonisch contact met Pema, de auto was klaar.

We hebben snel onderweg wat gegeten. Margot had bouillon, en ik dumplings en een noodlesoup (10 Y). Om 13.10 uur vertrokken we, eerst weer langs een rivier, maar nu licht stijgend. Van de 2.000 meter in Danba gingen we in anderhalf uur naar 4.200 meter, de hoogste pas van deze dag. Onderweg ging het niet goed met de auto, hij sloeg af en toe af. We durfden al niet meer om een foto stop te vragen.

Vrij snel na de pas kwamen we bij Bamei en daar zijn we wel even gestopt bij de stupa. Pema is verder gereden, die vonden we terug bij een truckerscafe cq. autowerkplaats met de motorkap open. We waren hier om half vier en gingen pas weg tegen zes uur. Uiteindelijk hebben ze een onderdeel eruit genomen en helemaal schoongemaakt. Nu loopt de motor weer als vanouds. Het was ongeveer twee en half uur naar Luhuo zei Wandhi.

Tegen half acht waren we in Daofu maar we besloten verder te gaan. Om 20.00 uur is het donker en dat rijdt een stuk minder plezierig, zeker als het ook nog wat gaat regenen. Regelmatig moeten we vrachtverkeer voorbij, opvallend genoeg had iedereen verlichting.

Om 21.30 uur waren we op plaats van bestemming. Dit was een goed hotel met een lekkere douche. We hebben snel even bier gekocht en we hebben er een vruchtenreep bij opgepeuzeld en een tomatensoepje. Onderweg hebben we nog een sky burial in de verte gezien. Het was een bergwand vol met vlaggen. Op het bord bij de receptie van het hotel stond 320 Y.

Dinsdag 11 april Ganzi/ Ganze/ Kandze op 3400 meter Hotel Golden Yak
Ontbijt om 08.00 uur. Margot had ei met tomaat en Wandhi en Pema rijstpap en ik dumplings. Een half uur later vertrokken we. De weg was slechter dan we tot nu toe gewend waren. Bij een stupa hebben we halt gehouden en we hebben de bouw van een huis geobserveerd. Vandaag lag het hoogste punt rond 4.100 meter. De uitzichten op de besneeuwde toppen waren tof, maar bijna hetzelfde als de andere toppen die we hebben gezien, dus geen foto’s.

Tegen 12.00 uur waren we hier. Het is een goed hotel en we hebben een ruime kamer (momenteel is er geen stroom). We hebben even rondgewandeld, nadat we een drinkbouillon hebben gehad.

Om 13.30 uur zijn we met de auto naar het Garze klooster gereden, aan de noordkant van de stad. Het staat op een heuvel en kijkt uit over de stad en de omgeving. Er wonen momenteel 420 monniken. We hadden mazzel. Op een plein waren de monniken aan het discussiëren. 

We konden er tussen doorlopen en zelfs dichtbij een kijkje nemen. Deze debatten lijken er nogal heftig toe te gaan. Het gaat gepaard met veel gebaren, klappen in de handen om de argumenten te benadrukken en ook stemverheffingen. Er is een zittende en een staande partij. De laatste voert meestal het woord en moet de zittende monnik overtuigen, met argumenten wel te verstaan. Het doel is de intelligentie te verhogen. We hadden zoiets al eens in een documentaire gezien.

Toen er een bel ging schoten ze allemaal snel weg, dus of ze zelf deze oefeningen wel leuk vinden? We werden uitgenodigd om in de keuken te komen kijken. We kregen een kom thee, gelukkig de Chinese soort. De entree was 15 Y in plaats van 30 Y (dan krijg je een ticket).

We hebben de hoofdtempel bezocht en tot onze stomme verbazing en ook die van Wandhi, mochten we hier fotograferen. Er is ook een nieuw gebouw, Wandhi zag dat ze vorig jaar nog met de decoraties bezig waren. Indrukwekkend maar vooral kitscherig.

Toen we weer buiten kwamen was het weer omgeslagen. Duistere en donkere wolken hingen boven de bergen en kwamen snel op ons af. De wind stak op en een zandstorm kwam naar de stad toe.Tijdens het afdalen naar de stad hadden we er niet zoveel last van. De storm raasde aan de andere kant voorbij. Het dalen ging makkelijk en we passeerden nieuwe winkels met nieuwe frontjes. Onderweg hadden we veel bekijks. We zijn ook nog in een andere tempel geweest. Net na de beklimming begon het te regenen.

We hebben de tocht onderbroken en zijn thee gaan drinken in een Tibetaanse thee- en eethuis (8 Y). Dat klimmen viel overigens erg mee. Den klooster, slechts een gebouw, heel mooi, ter ere van de god Nagpo Chenpo, een indrukwekkende en vreesaanjagende verschijning. Binnen was een oudere monnik heilig water en graan over hoofden van pelgrims aan het verspreiden onder het opzeggen van mantra’s.

Om 19.00 uur diner. Ons hotel ligt naast het busstation. Rondom zijn allemaal winkeltjes en er zijn veel restaurantjes. We hebben een goede uitgekozen: ei-tomaat, spinazie, paddestoelen, aubergines, en een schotel bloemkool met yakvlees.. Met rijst, thee en bier voor een bedrag van 36 Y. Tijdens het eten gingen her en der de lichten weer aan, een uur daarvoor was de stroom uitgevallen. Van de vier bedlampjes in onze hotelkamer branden er drie niet. Er is te weinig licht om te kunnen lezen, dus hebben we maar genoten van een biertje, pinda’s en muziek. Het geluid wat nu uit de boxen komt was zwak, er was blijkbaar weinig netspanning.

Woensdag 12 april, voor een dichte hefboom om 12.00 uur
Vanmorgen om 07.15 uur begon het te regenen. Om 8.00 uur de bagage in de auto gedaan en met de auto zijn we 50 meter verderop gaan parkeren, niet lopen als je kan rijden is het motto. Margot had een groentesoep en er waren weer van die overheerlijke dumplings. Door de regen leek het een slechte dag te worden, maar na nog geen uur rijden was er licht aan de horizon en af en toe kwam de zon door de bewolking.

Onderweg zagen we met vlaggen versierde brommers staan. We hebben daar even gebuurd. Er waren alleen mannen en ze stonden te wachten op de bruid van een familielid. Ze waren fotogeniek gekleed en droegen diverse ornamenten, zoals een zwaard met zich mee.

Er was een man die goed Engels sprak, hij had voor Lonely Planet gewerkt en hij vertelde dat ze vorig jaar nog met luipaardvellen hadden staan wachten, maar na de aankondiging van de Dalai Lama dat dit slecht was voor de natuur, zijn al die vellen verbrand. Wandhi had ons een aantal dagen geleden dit verhaal ook al eens verteld en gezegd dat de Chinezen waren geschrokken van de macht van D.L.’s woord. Om half twaalf waren we bij het meer Yilhun Latso even achter het plaatsje Manigango. De entree is 20 Y, ook voor Wandhi. Je moet even een heuveltje over en dan zie je het meer liggen. De helft van het water was nog bevroren. Het was er fris, maar we zitten dan ook op 4.200 meter.

Een half uur later staan we dus stil voor de hefboom. We mogen pas om 14.00 uur verder. Door sneeuwval mag er vanuit een richting worden gereden en wij zijn helaas niet aan de beurt. Uiteindelijk gingen we een half uur eerder. Belachelijk hoe al de wachtende chauffeurs begonnen te racen. In drie rijen dik stonden we voor de hefboom. We stonden op de derde plek, maar vertrokken als negende.

De tocht was spannend. Het is een smalle onverharde weg met soms flinke kuilen, vaak gevuld met modder, water en sneeuw. Onderweg zagen we toch nog een tegenligger, een vrachtwagen gestrand door pech, waar we maar net langs konden. Vangrails langs de weg is er niet, dus schuif je van de weg af, dan kan je het vergeten. 

Foto van het omhoog gooien van de fengmaqiRond de top was alleen maar sneeuw. Gelukkig was het zicht nog zodanig dat we de weg onder ons zagen kronkelen en we de toppen van tegenover liggende bergen zagen. Op de top zijn we gestopt. Volgens gebruik (Wandhi had ze de vorige dag al gekocht) hebben we ter ere van de berggod, in een sneeuwstorm, strooipapiertjes in de lucht gegooid. 

Deze gekleurde papiertjes, ze heten fengmaqi, zo groot als een bierviltje, verschillen per gebied. Veelal is er wel een paard op te zien, soms een draak, tijger of leeuw. Op een steen stond de hoogte van de pas, 5.050 meter, een absoluut hoogtepunt voor ons.

De weg naar beneden, aan de andere kant van de berg, leek veel langer. Bij de boomgrens zijn we gestopt om even bij te komen. Ook bij de lokale bevolking is deze pas gevreesd. Tien minuten, nadat we van de pas beneden waren gekomen zagen we twee pelgrims. Een vrouw trok een karretje en een man wierp zich steeds op de grond. Hij wilde niet dat we hem fotografeerden.

Wandhi ging met hem praten. Ze kwamen uit de buurt van Zoige en waren al een half jaar onderweg. De weg naar Lhasa zal meer dan een jaar duren. De gedachte dat deze twee oude mensen ook de achterliggende pas hebben genomen in wellicht een volle week of langer onder erbarmelijke omstandigheden doet je spontaal rillen. Ze komen vijf a zes kilometer per dag voorwaarts. Halverwege de middag zijn we in Dege aangekomen, wat op bijna 4.000 meter ligt. Om 19.00 uur eten.

Donderdag 13 april Dege, Que Er Shan hotel 280 Y volgens hun lijst
We hebben goed geslapen en ze hebben een lekkere douche. Gisteren hebben we een deel van de kleren gewassen. Om 08.30 uur met Wandhi gegeten, Pema sliep nog.

Eerst naar het Degeba Printing klooster. Dat viel tegen. De intree viel mee, 25 Y inclusief een boekje. Er ging een man ons voor en er waren ook nog twee Taiwanese toeristen. Wandhi ging mee voor de vertaling. Een andere meevaller, we mochten op de meeste plaatsen fotograferen ondanks het verbod (aangegeven op plaatjes) bij de ingang. We zagen geen monniken aan het werk, maar gewone stervelingen, voornamelijk jonge mannen. In een onwaarschijnlijk hoog tempo werden door duo’s papieren op een met inkt ingesmeerde mal gelegd. Door er met een roller over heen te gaan, wordt er geprint. Dit doen ze 2.500 keer per dag. De bibliotheek schijnt kostbare mallen te hebben. Dit klooster zorgt voor 70 % van alle gepubliceerde werken, wat dit instituut natuurlijk zeer kwetsbaar maakt.

Iets verder omhoog langs de weg staat het Gonchen klooster. Ook hier is sprake van een enkel gebouw. Dit klooster is tijdens de Culturele Revolutie vernietigd en tussen 1987 en 1988 herbouwd, de buitenste muren waren nog grotendeels intact. In de Dukhang zie je afbeeldingen van de vijf oprichters van Sakye. Er staat een grote troon van Sakye Trizin, hoofd van de Sakyapa school. Aan de achterkant zijn drie separate heiligdommen, te benaderen via eigen houten trappen en in een ervan werd les gegeven.

Toen we binnenstapten was er niemand. Wandhi riep een paar keer en toen kwam er een oude man naar ons toe. Entree van 15 Y en we kregen een fraaie hand-out. Ook hier mochten we fotograferen en daar hebben we volop gebruik van gemaakt. Het heeft de hele morgen geregend. Tot slot zijn we naar de Tangtong Gyelp gegaan, een vrij klein gebouwtje met veel pelgrims die aan de gebedsmolens draaiden. 

Binnenin waren een klein groepje monniken aan het mediteren en ook hier kon Margot filmen. Het regende nog steeds. We zijn beland in een theehuis en het leek wel een club, zeer ruim opgezet. Flower tea (5 Y per stuk), waar steeds heet water werd bijgeschonken. Vlakbij was een internetzaaltje en voor 2 Y hebben we onze mail kunnen lezen en nieuwe kunnen versturen. Volgens het Yahoo weerbericht krijgen we morgen sneeuw.

Vanmiddag hebben we geslapen, beiden als Doornroosje, de wekker moest ons wakker maken. We hebben vanmorgen ook nog wat gekocht. In een winkeltje zagen we een beursje zoals ze die hier dragen. Er werden er verschillende op de toonbank uitgespreid. De een bleek geschikt om vuur te maken, een tondeldoos (100 Y) en een ander om geld in op te bergen (ook 100Y, ze wilde eerst 150 Y). We hebben haar mogen fotograferen, ze had haar haar namelijk zoals veel van de Khampavrouwen gevlochten met turkooizen kralen. Soms is er ook nog een sieraad van koraal of barnsteen verwerkt. Veel vrouwen en jonge meisjes hebben blozende wangen en gouden kronen.

Voor het avondeten zijn we langs een aantal eethuizen gelopen, maar we zijn bij dezelfde als gisteren terecht gekomen en net als gisteren was dat geen succes. Wandhi haalde bij de buren nog een schaaltje dumplings voor mij, hij had gezien dat het andere eten me niet smaakte.

Vrijdag 14 april Jomda/Yomda/Jiomda Xiongyingjiating hotel
We waren vanmorgen om 08.00 uur in de lobby, maar de receptie was niet bemand. Veel later na flink wat roepen en kloppen op een kamerdeur werd er een slaperig hoofd zichtbaar die Wandhi prompt naar de 2e verdieping stuurde.

Ontbijt om 08.20 uit en daarna op weg. Het was bewolkt en een tijdje later begon het te regenen. Het was gelukkig goed weer bij de beklimming van een pas van 4.500 meter. Het bovenste gedeelte was weer bedekt met sneeuw. Vanmorgen waren we al de grens met Tibet overgestoken, over de rivier de Yangtse. Voordat je de brug oversteekt kun je aangehouden worden, maar nu stonden er geen mensen om te controleren.

Direct bij binnenkomst van Tibet was het gedaan met de geasfalteerde weg. Even voor Jomda lag een klooster, dat we niet bezocht hebben, het regende op dat moment. Om 12.15 uur waren we in dit hotel. Wandhi had gewaarschuwd dat het niks was, maar wij delen deze mening niet. Het is een prima kamer met uitzicht op de bergen, aan de achterkant van de hoofdweg.

We zijn het plaatsje gaan verkennen, eigenlijk is het een dorp. Nog nooit zoveel belangstellende mensen gezien. Ze stonden stil, kwamen naar buiten of onderbraken hun werkzaamheden. En wij maar glimlachen, hallo zeggen en toeknikken. Om 14.00 uur zijn we naar het lokale klooster geweest, de Troru Gonpa van het Karma Kagyuschool. 

Er was geen entree. De monniken waren weer aan het debatteren. De abt is uit Lhasa gekomen om hier les te geven. We hebben hem de hand geschud. We kregen gelukkig geen thee maar een snoepje. Er wonen hier 220 monniken. Het is een arm klooster, omdat de mensen in de omgeving arm zijn, zodat er weinig aan giften binnenkomt.

Margot en ik zijn terug gelopen naar het hotel en dat hadden we niet moeten doen. Wandhi kwam laat op de middag langs om dat te vertellen. Hij had net uren op het politiebureau doorgebracht. Wij waren onderweg gesignaleerd. Dat kan eigenlijk wel kloppen, want we hebben wel vijf verschillende politieauto’s voorbij zien rijden. Dat ergerde ons onderweg al flink, deze overdreven vorm van controle in een dorp van niks. Maar goed, Wandhi moest het allemaal maar weer glad strijken. We hebben beterschap beloofd.

Het is nu 20.30 uur en we komen net terug van het avondeten. We hadden ons vanmiddag al te goed gedaan aan bier en chips, want de verwachtingen voor een behoorlijke maaltijd waren laag gespannen. Wandhi bevestigde dat nog eens door te zeggen dat ze slecht hadden geluncht. Het restaurantje waar we gingen eten is vlakbij, tegenover de vele biljarttafels die buiten staan. Het was er schoon en het eten was lekker. Een jonge kok die ook nog oog had voor het uiterlijk van zijn gerechten. Zo kregen we ei-tomaat met doppertjes, maïskorrels met pittige toevoeging, aubergines anders dan anders, dumplings en yakvlees wat als een rollade gesneden was en erg lekker is. Geen rijst, wel thee en bier (70 Y).

Daarna, onder begeleiding, zijn we de hoofdstraat nog maar eens heen en weer gelopen. Het was fris maar droog en we hadden de bergtoppen door de helderheid van de lucht scherp in vizier. Vanmiddag bij ons bezoek aan het klooster sneeuwde het even, maar tijdens de wandeling terug was het droog en scheen de zon af en toe.

Bij terugkomst in ons hotel, kwam de beheerster van de verdieping direct met ons mee. Ze ontstak alle lichten, zette theewater op en kwam even daarna opnieuw met zeep, toiletpapier, tandenborstels. We hadden net de vorige lading in de tas gestopt, bestemd voor de nomadenkinderen onderweg. We hebben een kacheltje op de kamer en die staat nu aan. We hoorden later dat Wandhi, die al naar bed was, wakker werd gemaakt door geklop op de deur. Er stonden drie politieagenten voor de deur. Wie de gids was van die buitenlanders en of hij zich al gemeld had….

Zaterdag 15 april Chomda
We hebben de winter met een maand verlengd. Zo leek het althans vanmorgen bij het opstaan. Vandaag is het duidelijk geworden waarom we deze trip alleen maar met een 4wdrive auto kunnen uitvoeren. De dagafstand was 224 kilometer, niet overdreven veel, maar we waren om 19.45 uur ter plekke, terwijl we voor 08.30 uur waren vertrokken. De dag begon al wat problematisch. Toen we de gordijnen openschoven sneeuwde het. Toen we wat verder rondkeken moesten we concluderen dat het al lang sneeuwde, want op de auto lag al een pak.

Het restaurantje van de avond daarvoor was dicht, dus moesten we elders gaan eten. Alle ruimte werd ingenomen door schoolkinderen die aan het ontbijt zaten (de school staat tegenover het restaurant). Uiteindelijk kwam een tafeltje vrij voor onze dumplings en rijstsoep ( 9 Y). Wandhi had al gezegd dat de eerste honderd kilometer ‘under construction ‘ was. Het was gewoon een vervolg over de onverharde weg met dien verstande dat het nu echt een beroerde weg was. 

Foto van de vastgelopen vrachtwagenOm half tien kwamen we tot stilstand. Voor ons stond een vrachtwagen met de achterwielen diep in het zand gestoken. 
We hoorden dat ze daar al sinds gisteravond stonden. Dit bericht was niet erg bemoedigend. Het heeft minstens een uur geduurd voor ze op eigen kracht uit de kuil kwamen. Kuilen waren er genoeg en soms waren ze flink groot.

Naar mate de dag vorderde, werd het warmer en begon de sneeuw te smelten. Dit smeltwater vulde de kuilen en dat verhinderde de chauffeur om te zien hoe diep ze waren. Water mengde zich met modder en zorgde voor glijpartijen. Een uur na het oponthoud met de eerste vrachtwagen, kwamen we een volgende vastzitter tegen. Toen die uiteindelijk met veel gas zich uit de modder trok en de bocht omkwam, gleed hij voor onze ogen bijna de berg af. Zo verliep onze dag.

We hebben 8 uur over de eerste honderd kilometer gedaan. De route voorzag ons dan ook nog van vier passen van over de 4.200 meter. We hebben het eerste stuk voornamelijk in de sneeuw gereden. Bijna, bij het eind van deze ellendige weg was er een mogelijkheid om te eten. Die middag hebben we onze Tibetanen al voorzien van een notenreep. We hadden nu heerlijke fried rice met ei en een bord spinazie. Ook de thee viel prima.

Al vrij snel volgde een geasfalteerde weg, maar die was niet minder gevaarlijk. Op veel plaatsen was steenval geweest en je ontkomt niet aan de gedachte dat stenen van de berghelling willen rollen als jij er net langs komt.

In dit gebied is veel kaalslag. Veel bomen zijn gekapt, maar er is niks herplant. Grote hoeveelheden bomenstammen dreven in de rivier stroomafwaarts, waar ze een stukje voor Chamdo uit het water werden gevist door een houtzagerij.

Pema reed rechtstreeks naar het Kang Sheng hotel. Achter het hotel op de parkeerplaats hebben we gewacht. We hadden de juiste permit niet, dus Pema belde de zaak. Binnen tien minuten was er een vrouw die hem de bewuste papieren overhandigde. Wij moesten een registratiekaart invullen en inmiddels was de politie gebeld. Een politieman liep alle papieren na, bekeek onze paspoorten en visa, maakte diverse opmerkingen naar Wandhi toe. En of dat nog niet genoeg was, moest onze gids ook nog mee naar het bureau. Daar moest hij o.a. beloven dat wat niet alleen zouden gaan lopen en dat we geen foto’s gingen maken. Hij kwam dat later bij ons op de kamer vertellen. We hebben hem een kop thee en chips voorgezet. Ondanks de disco op dezelfde verdieping, hebben we goed geslapen. We hebben de airco op een warme stand gezet. Het wasgoed hangt te drogen.

Zondag 16 april Chomda
Vanmorgen hebben we om 09.00 uur ontbeten en zijn met de auto naar het Golden Jampaling klooster gegaan, dat bovenop een heuvel gebouwd is. 

Rondom het kloostergebied is de pelgrimsgang, dit keer een goed pad, breed, maar er zijn geen gebedsmolens. Er lopen veel mensen, voornamelijk ouderen.

Pema is teruggegaan om de auto nu echt te laten repareren, dat kan hier op zondag. Dit klooster oogt niet zo bijzonder. Wandhi begreep van een monnik dat hij er met 1000 anderen deelgenoot van uit maakt. In de Lonely Planet staat dat vooral de Dukhang (verzamelhal) indrukwekkend is wanneer het vol is met monniken die aan het bidden zijn en dat was net het moment dat wij binnen stapten. Erg geconcentreerd zijn ze niet bezig, want honderden verschillende ogen keken alleen maar naar ons. Opeens was het voorbij en gedisciplineerd, rij na rij, blootsvoets of op sokken, haastten ze zich naar buiten, sommigen snel nog even hallo zeggend.

Het ruikt hier overduidelijk zwaar naar yakboter. Deze verzamelplaats is niet erg groot, alle monniken kunnen er niet tegelijk terecht. Verder troffen we er minder decoraties aan dan we elders hebben gezien, het was soberder. Ze beginnen wat op elkaar te lijken. Een monnik was zakjes met boter aan het uitpakken, de boter werd op een stapel verzameld. Bij een andere monnik stond een rij mensen donaties af te geven. Ze worden op een lijst gezet en bij een volgende assemblee worden hun namen voorgelezen en meegenomen in de gebeden. Dit gebeurt ook voor mensen die overleden of ziek zijn.

We hebben een aantal gebouwen bekeken. Buiten gekomen zijn we even op een muurtje gezeten om zo ook de mensen te kunnen bekijken. Twee keer kwam er een monnik op me af om me de hand te schudden en ons welkom te heten. Diverse mensen maakten een handgebaar die hetzelfde uitdrukte. Velen bleven staan om ons op te nemen, soms zolang dat je er wat ongemakkelijk van werd. Een Chinese vrouw vroeg aan Wandhi of hij zich al bij de politie had gemeld. Ook gingen twee jonge mannen naast ons zitten om ons te observeren, vermoedelijk bij dezelfde club ‘spooks’horend.

Bij het middageten overkwam ons dat nogmaals, een man in burger ondervroeg onze gids over waar we vandaan kwamen etc. Er lopen in deze stad undercover agenten die alles nauwlettend in de gaten houden. Toeristen en de omgeving van het klooster moeten geobserveerd worden. De vraag is waarom?

Bij de rivier, althans een van de twee die hier samenvloeien, hebben we buiten op een terrasje lekkere thee gedronken. Het was lunchtijd: pizza met veel kaas en Margot had er o.a. appel op, een glas melk met ijsblokjes en ik had een yakburger (84 Y). Koffie is hier ook te krijgen, maar dan moet je 20 Y betalen! Terug naar het hotel, nog even wat inkopen gedaan en Wandhi beloofd niet meer naar buiten te gaan. Het avondeten was zozo.

Maandag 17 april Riwoche of Ratsaka (uitspraak: Re-oh-tsje)
Vertrek 07.30 uur, maar het ontbijt duurde nogal lang. Margot had dit keer een grote kom bouillon met doppers erin.

Om 08.15 uur op weg voor een traject van 105 kilometer, waar we ruim vier uur over gedaan hebben. De weg was onverhard, vaak smal, maar doordat het droog was, lang niet zo slecht als eerder het geval was. Na een uurtje verlieten we de Mekong en begon de klim. Door een ravijn, een klein riviertje stroomopwaarts volgend met aan weerszijden nog grotere naaldbomen. Gelukkig was er weinig verkeer op de weg. De bomen verdwenen en we zagen weer sneeuw.

Foto van de Zhutong La De pas 4.688 meter Zhutong La was niet moeilijk te nemen. We hebben even gestopt voor een fotosessie. Twee bussen kwamen voorbij rijden. Vooral de voorste liet rijkelijk strooipapiertjes los. De zon scheen, het was helder, de omgeving was goed te zien. Twintig kilometer voor Riwoche zagen we aan de overkant op een berg het Dzong Ngo klooster liggen.

In Riwoche, een plaatsje van nog geen 3.000 inwoners, vrij nieuw en nauwelijks sfeervol stopten we bij het Sunshine hotel, in de Lonely Planet opgehemeld, maar wij dachten daar anders over. De kamer is ruim. Maar er is geen stromend water, de badkamer stinkt enorm en daardoor ook de kamer. Er staat een televisie, maar er is geen zender op te krijgen. De airco werkt ook niet. De kamer is in geen maanden schoon gemaakt, wellicht nooit. We hebben wel een thermoskan warm water gekregen, dus thee kunnen we maken. We hebben de bagage in de kamer achter gelaten en zijn eerst gaan lunchen.

Vlakbij de ingang is een restaurantje. Margot had gebakken rijst met ei en er was een bordje aardappelen en dumplings. Dit lijkt een goede keuken (23 Y).Direct na het eten zijn we door gereden naar het Tsuglhakhang klooster, bijna 30 kilometer verderop. De weg er naar toe is slecht en het koste ons zeker een uur om er te komen. In de Kit is sprake van 305 monniken, maar nu zijn het er bijna 400.

De Chinezen hebben er het afgelopen jaar huizen bij geplaatst. Vandaag hebben we al veel van dit soort projecten gezien. Boven op het dak van elk huis wappert dan de Chinese vlag. Het klooster bestaat uit een gebouw, hoog en vierkant. 

Aan de buitenkant zijn er gebedsmolens en er lopen veel oudere pelgrims rond. De toegangsdeuren zijn meters hoog, maar dicht. Wandhi ging vragen en nu blijkt dat er drie sleutelwachters zijn en je hebt ze alle drie nodig om binnen te komen. Daar hadden we al helemaal geen verwachting van, maar Wandhi kreeg het voor elkaar en wist alle drie te vinden. En niet alleen dat, ze waren ook bereid die grote deuren te openen. De toegang tot het binnenste heiligdom moest met drie sleutels worden geopend. Opvallend was in het centrum een open dak, toegedekt met glas, wat voor veel lichtinval zorgt, iets wat juist bij andere kloosters ontbreekt. Hoge pijlers en ook hoge beelden tegen de wand.

Gouden kleine beelden van wel 2000 jaar oud, grote bibliotheek met zeer oude boeken. Onder begeleiding van de drie sleutelbewaarders konden wij vieren (ook Pema) dit allemaal zien en zelfs fotograferen. Ook Wandhi heeft hier gebruik van gemaakt. De deuren werden weer gesloten.

We zijn nog even doorgelopen naar de verblijven van de monniken, maar daar was niks opmerkelijks te zien. Op de terugweg naar de auto begon het te hagelen. Toen we wegreden stond een landcruiser bij de drie monniken geparkeerd en leek het dat ze ondervraagd werden. Om 17.00 uur waren we terug bij het hotel.

We hebben voortreffelijk avond gegeten, elk gerecht was een voltreffer. Voor het eerst hebben we een borrel gehad (60 Y). ’s Avonds heeft Wandhi onze bedden opgemaakt, de elektrische deken aangedaan en gezorgd dat we een tweede dekbed kregen, we zijn echte watjes aan het worden. Ook de televisie is gerepareerd. We hebben goed geslapen.

Dinsdag 18 april Tengcheng, Ding Qing hotel
Bijzondere dag vandaag. We stonden op en hadden direct de geur van de afvoer weer in de neus. Gordijnen open en sneeuw op de bergen en er viel natte sneeuw op de grond.

Ontbijt om 08.00 uur bij de Chinese mevrouw die in haar eentje het restaurant runde. Haar dumplings zijn ook al zo fantastisch. Gisteravond had ze als extra een kom soep op tafel gezet. Margot wilde vanmorgen ook een dergelijk soort soep. We hebben haar een presentje gegeven want ze is de beste keuken tot nu toe op deze reis.

Het is harder gaan sneeuwen. Even buiten Riwoche stopte het met de neerslag en werd het wat lichter. Vandaag hebben we voornamelijk in ravijnen, canyons of gorges gereden, soms smal, met hoge rotsen, dan weer weidser. Er was altijd wel een riviertje naast ons. Na 17 kilometer hebben we even halt gehouden bij het kleine Chayal klooster, 75 stupa’s en een kleine kora. We hebben binnen mogen kijken, charmant eenvoudig. Het klimmen nam zijn aanvang. De weg is onverhard, maar bevroren dus redelijk begaanbaar. Maar soms zitten er zulke verschrikkelijke kuilen in dat Pema het rempedaal vol intrapt. De pas heet Dzekri La en is 4.809 meter hoog. Het opvallende aan deze pas was de grote hoeveelheden sneeuw wat hier lag.

We zijn bij de Naichamo klooster, een van de grootste stonepiles, gelegen bij Rongteng Village gestopt om de mani’s te bekijken. Tegen 12.30 uur kwamen we bij de weg die naar Zhizhu/Tsedrum klooster moest gaan. En daar stopte het. Henriette had geschreven dat het klooster alleen bereikbaar was wanneer het niet had geregend. Nu was het droog, de weg leek begaanbaar, maar we konden toch niet verder. Er was een constructie voor afwatering gebouwd en het beton moest nog zeker twee dagen aansterken, dus mochten we er niet over. Dit kwam Wandhi te weten toen we beiden een stuk de weg opliepen en een vrachtauto tegen kwamen. De chauffeur wilde ons wel voor 500 Y naar boven brengen. 200 Y en daarna 300 Y accepteerde hij niet. We hebben hem door laten rijden tot de blokkade. Daar hebben we overlegd. Niks doen is niks zien is ons motto, dus hebben we het bod van 400 Y geaccepteerd.

Om 13.00 uur zijn we vertrokken. Wij beiden zaten zeer ongemakkelijk voorin en Wandhi nam plaats op de laadbak met vier Chinezen. Wandhi riep nog naar de chauffeur dat hij slow moest rijden, maar dat was niet nodig want dat deed hij echt wel. Hij moest 44 haarspeldbochten nemen.Er was precies genoeg ruimte voor deze vrachtwagen. Tien kilometer ging het omhoog en daar deden we drie kwartier over. Af en toe was het verstandig niet naar beneden te kijken. Gelukkig was het een goede chauffeur. Wandhi riep vanaf de laadbak dat er veel gieren waren.

De truck stopte, we stapten uit en inderdaad tientallen gieren waren er in onze directe omgeving. Het bleek dat we bij de sky burial waren en dat twee mannen net een lijk in mootjes aan het hakken waren. Drie andere mannen hielden de gieren op een afstand. We zijn verder naar boven gelopen. Er wonen hier ongeveer 100 monniken. We zijn hun (Bon sekte) heiligdom niet naar binnen geweest, de deur zat op slot en de sleutelmonnik was niet te vinden.

Boven, tegen de berg zijn enkele meditatiehuisjes gebouwd. We zijn daar dichtbij gekomen. Het uitzicht naar beneden was overweldigend. Dezelfde dodenmansrit weer naar beneden, alleen hebben Wandhi en ik van plaats gewisseld. Het klooster was op ongeveer 4.800 meter hoogte gebouwd. 

Om 16.00 uur waren we beneden en over de resterende 30 kilometer hebben we een uur gedaan.

Tengcheng is een vrij nieuwe stad, telt 8.000 inwoners en is niet interessant. Het hotel waar we in zitten is eenvoudig maar voldoet. We hebben op de kamer een kopje thee gedronken en zijn naar het Tengcheng klooster gegaan, 4 kilometer buiten het plaatsje op een heuvel. Ook dit is een Bon klooster en ook hier zijn ongeveer 100 monniken. Het uitzicht is over de stad en de omgeving. Het klooster zelf is donker en benauwd en niet erg rijk versierd met decoraties.

Het bezoek was wel leuk, maar we waren wat vermoeid. Tegen 19.00 uur waren we terug en zijn direct gaan eten. Dat was vrij matig voor 80 Y, maar er was wel weer een borreltje.

We zijn nu op de kamer. Gisteren was het veel kouder. Nu regent het wat. Omdat het gisteren koud was hebben we onze thermo ondergoed aangedaan en vanavond doen we dat weer. Het douchen ging moeizaam, maar we zijn weer schoon. De elektrische deken doen we er ook bij aan. Toen we inboekten bij dit hotel heeft Wandhi de receptioniste de benodigde papieren in de handen gedrukt en die is voor hem naar het politiebureau gegaan. Na het eten hoorde hij van haar dat de politie had gezegd dat we niet naar het Zhizhu klooster mochten! (terwijl we wel over de permit beschikten)

Woensdag 19 april Sok (uitspraak: So-chien) 17.30 uur
Hoe dit hotel heet weten we niet. Een kamer met twee beden, een combi airco-kachel, een televisie met sneeuwzenders, geen badkamer. Het toilet is op de gang. We hebben uitzicht op het klooster, maar dat ligt een kilometer weg en staat op een heuvel. 

Foto van prachtig uitzicht op de Himalaya-toppenVandaag was het landschappelijk gezien de mooiste dag. Deels had dat ook te maken met het mooie weer dat we onderweg hadden. Ons ontbijt bestond uit noodlesoup. We hebben weer een aantal passen beklommen, een stuk of vier, waarvan twee van 4.500 meter en een, de Shel La, was 4.830 meter. Bovenop de pas had je prachtige uitzichten op de vele toppen in de omgeving. Veel kleuren onderweg: zwart bruin, rood, geel en groen en witte sneeuwtoppen.

Er was weinig tot geen begroeiing. Gelukkig was er ook weinig verkeer, want de weg is smal en onverhard. Veel kuddes dieren gezien. Sommige yaks hadden een dekentje om, dan moet het wel koud zijn ’s nachts. Veel beesten lopen via de weg en redden zich het leven via een sprint als onze landcruiser er claxonnerend aankomt. Soms blijft een beest stokstijf staan alsof het aan het mediteren is. De mensen geloven in reïncarnatie, dus is dat hier mogelijk. Dit is ook het gebied waar veel honden zijn. Eergisteren zagen we gedurende een korte periode veel ezels. Vandaag hebben we tweehonderd nog wat gereden en daar zijn we de hele dag zoet mee geweest. Het avondeten was wederom matig van kwaliteit.

Donderdag 20 april Nagchu/Nakchu/Naqu in Naqu hotel
Vandaag hebben we 237 kilometer gereden en we bereikten deze stad van 70.000 inwoners om 15.30 uur. Het weer was niet zo mooi als gisteren, er was meer bewolking. We zijn om 08.00 uur vertrokken na een prima nachtrust. We gingen al om 21.00 uur slapen. Er waren veel blaffende honden, maar ze stonden niet onder onze raam.

Onze Tibetaanse begeleiders zaten in een vierpersoons kamer, maar er zijn geen andere gasten bij gekomen. We hebben geen ontbijt genomen en zijn direct doorgereden naar het klooster. Inderdaad van de andere kant lijkt het op de Potala. 

Dit klooster is voor toeristen niet toegankelijk. We hebben wat foto’s genomen en zijn verder gereden. Vandaag reden we wederom door een fantastisch landschap. De grasslands van noord Tibet op de hoogvlakte liggen echt hoog. We hebben bijna voortdurend tussen de 4.400 en 4.600 meter gereden. De te nemen passen vallen dan ook bijna niet meer op. Door de gebedsvlaggetjes herken je het hoogste punt. Wel was het zo dat de rivier op deze hoogte bevroren was. De weg was matig tot slecht met de bekende grote kuilen.

We zijn gestopt in Shagchu, 135 kilometer van Sok, waar een goed aangeschreven truckersrestaurant is gevestigd. Dat klopt helemaal, want we hebben goed gegeten (65 Y). De prijzen gaan langzamerhand omhoog merken we.

Rond 14.00 uur begon de lucht achter ons zwart te worden en even later ook links en rechts van ons. Toch zijn we zonder dat er neerslag is gevallen in deze stad beland. Ons misfortuin bestond ergens anders uit. Ongeveer tien minuten voor de entree in Naqu, maakte de auto een vreemd geluid aan de rechterachterkant. Toen we de stad binnen reden en we van onverhard naar verhard gingen rijden hoorden we het pas goed. Het bleek een lekke band te zijn. Vrij snel was er een andere omgelegd. We hadden een prima hotel, lekkere douche.

Vanmiddag hebben we twee herten gezien en gisteren een vos.
We hebben goed gegeten, vlakbij het hotel, een paar winkeltjes naar rechts. Margot en ik hebben nog een blokje rond gelopen. Er waait een koude wind. Er zijn hier flink wat moderne winkels.

Vrijdag 21 april
We zijn pas om 09.00 uur vertrokken. We zijn direct doorgegaan naar een ontbijtzaakje. Margot had voor het eerst deze reis ook dumplings (met spinazie).

De weg tot Lhasa is nu goed, dus hadden we in principe een kort dagje. Het sneeuwde toen we weggingen en het bleef dreigend. Met een gangetje tussen de 80 en de 100 kilometer reden we door het landschap. Het was allemaal hoogvlakte, rond de 4.500 meter. Bij Damxung ga je rechtsaf. Even na het stadje krijg je een poort en daar moet je een kaartje kopen voor Namotso. Normaal kost dat 80 Y, wij hebben 50 Y per persoon betaald. Daar hoorden we dat op de pas sneeuw lag en dat twee auto’s zijn teruggekeerd. Je krijgt geen refund.

Ook deze weg is super en voordat we het in de gaten hadden waren we al op de pas, 5.190 meter hoog. Er was wel wat sneeuw en de weg leek wat glad te zijn. We hebben daar besloten om toch maar door te reizen naar Lhasa. Het idee om misschien wel dagen aan de verkeerde kant van de pas vast te zitten gaf de doorslag. Na de pas zijn we nog 40 kilometer doorgereden. Dit meer ligt op ruim 4.600 meter en is een zoutmeer. Het was deels bevroren.

Het toeristische gedeelte, aan het eind van de weg, was ronduit vreselijk. Tientallen mannen en kinderen stonden op je te wachten met een paard aan de teugels. “Horse, horse” riepen ze steeds, om gek van te worden. Het mini klooster was wel interessant. Vier of vijf monniken verblijven hier. Het klooster is gesloten voor publiek omdat hun jonge leider gevlucht is naar India, maar de deur werd voor ons open gemaakt.

Er staan hier een aantal tentencomplexen, waar je kunt logeren. We zijn blij dat we verder gaan. Onderweg zijn we twee keer gestopt. De velden worden bewerkt en de yaks die de ploeg trekken zijn versierd. Ook de hoeken van de huizen hebben op het dak vlaggetjes.

Om 17.30 uur waren we in Lhasa. We zijn langs de Potala gereden en op loopafstand staat ons verblijf voor de komende vijf nachten: het Yak hotel. Via de ‘company’nog een nacht extra geregeld, maar dat scheelt niks in de prijs: 380 Y.

Afscheid van Pema genomen, die blij was een dag eerder thuis te komen. Met Wandhi hebben we bij de buren, in het restaurant Dunya een pizza gegeten (120 Y). Ook van hem hebben we helaas afscheid genomen. De Jokhang is vlakbij en daar zijn we naar toe gelopen. Het was daar nog erg druk. We zijn meegelopen met de pelgrimsroute. Mooie omgeving qua huizen, maar erg commercieel.

Nog een opmerking over het traject vandaag. Bijna de hele dag was de nieuwe spoorlijn naar Lhasa onze metgezel. Onvoorstelbaar hoeveel geld de Chinezen hier tegenaan hebben gegooid. Enorm veel bruggen, duizenden pijlers, de spoorlijn is altijd meters boven het laagland, afrasteringen etc. We hebben een goederentrein zien rijden met een gangetje van 70 kilometer. Het station Lhasa, waar nog aan gebouwd wordt, ligt 30 kilometer buiten de stad. In juli 2006 is de lijn operationeel.

Dinsdag 25 april Lhasa
Ik heb een tijdje niet geschreven. Er waren buikklachten en diaree. Dat was jammer want de vooruitzichten leken zo gunstig, vier volle dagen te besteden aan deze stad en omgeving.

De zaterdag begon goed. Het ontbijt is inbegrepen en op de 5e verdieping van dit hotel kan je de Potala zien liggen. Het ontbijt zelf is beroerd. 

Foto van het Potala paleisWe zijn lopend naar het paleis gegaan. De ingang is niet waar Wandhi hem had aangeduid. Met de pelgrims meegelopen langs de volle lengte van het immense gebouw en ergens aan de westkant kon je naar binnen. Geen problemen met de kaartverkoop (100 Y p.p.). In het hoogseizoen is het maar de vraag of je er inkomt, zoals we hebben gelezen in reisverhalen van mensen die er in dat seizoen waren. We vonden het er nu ook al druk, kan je nagaan. Je moet aan de achterkant naar boven klimmen. We zagen daar vooraf tegenop, maar het was een makkie, dankzij de hoogtestage, die we al achter ons hebben. 

Er is een route gemaakt door de Potala, erg slim aangepakt, want op deze manier krijg je niet te maken met stijgende en dalende bezoekers. Toch hebben we de indruk gekregen dat we maar heel weinig van dit gigantische paleis hebben gezien. Fotograferen was verboden en in alle zalen hangen kleine camera’s dus moet je het ook maar niet doen. We hebben een prachtig fotoboek gekocht en een paar pakjes ansichtkaarten, want die zijn hier in Tibet opvallend dun gezaaid.

Toen we buiten kwamen (we zijn twee uur binnen geweest), scheen de zon. Aan de overkant van de weg is een rots waar een slimmerik voor 2 Y een uitkijkje heeft gerealiseerd. Vanaf deze rots kun je een mooie foto maken van de Potala. Het paleis is van diverse kanten genietbaar en je ziet het gebouw van bijna elke plek in Lhasa en ook van buiten de stad.

Onze tweede stop was China Post, waar we postzegels (4,5 Y) hebben gekocht en ze plakken ook nog. Onze derde opdracht was de vlucht naar Beijing te herbevestigen. Het CAAC gebouw ligt volgens de Lonely Planet in een straat even verder dan het postkantoor. We hebben de plek gevonden maar het gebouw was afgebroken. Er stond gelukkig wel een bordje met het nieuwe adres: Airway hotel, heel toepasselijk. Via de groentemarkt zijn we daar naartoe gelopen. Het hotel heeft uitzicht op de Potala. Beneden, naast de receptie is een balie van o.a. CAAC. Op hun computer verscheen onze namen niet. We werden verzocht om 15.00 uur terug te komen en naar de 4e verdieping te gaan.

Het was nog lang geen tijd en daarom zijn we richting hotel gegaan. Bij Tashi 1, via de achteringang, hebben we gegeten. Tomatensoep met veel rauwe ui, patat, dumplings en yoghurt met fruit en honing. Het biertje smaakte goed, het lopen had ons dorstig gemaakt. Daarna zijn we de straat ingelopen, waaraan Tashi 1 ligt en dat is een gezellige straat. Hier zijn wat reisbureautjes te vinden.

Voor 500 Y hebben we een rit geregeld naar Gande voor zondag. Helaas konden ze onze vluchten niet reconformeren, dit moest toch persoonlijk gebeuren. Het was tegen vieren toen we bij het Airway hotel terug kwamen. Op de 4e verdieping werden we doorverwezen naar een kamer, welke was ingericht als een bureau. De dame gaf ons een uitdraai met onze namen er op voor de juiste dag en de juiste tijd. Maar ze sprak zo beroerd Engels dat we niet begrepen wat we nu nog verder moesten doen. We moesten ons weer beneden bij de balie vervoegen. Daar was het helaas nogal druk. We zijn beide bij een balie gaan staan. Daar werd het ons ook niet duidelijk of het nu o.k. was of niet, maar onze namen verschenen nu wel op het computerscherm.

Terug naar het hotel via een hele grote supermarkt. ’s Avonds gegeten bij Naga, een Frans restaurant met veel vegetarische gerechten, dat hadden we ’s middags al ontdekt. Margot had twee crêpes spinazie met een lekkere salade en overheerlijke frietjes en ik een pasta met yaksaus, ook prima. We zaten in een vertrek met heel lange tafels op z’n Japans, eerst alleen, later met meerdere mensen. Er werd een rustige jazz gedraaid.

Zondag om 08.30 uur afgesproken, alleen voelde ik me niet super, wat gespuugd. Het ontbijt was nu helemaal niks, we wilden een pannenkoek maar de Miep boven begreep het allemaal niet. Een landcruiser verscheen, de chauffeur ging naar de receptie en die vroeg aan ons waar we naar toe wilden. Ganden was het goede antwoord en we gingen op weg.

We waren de stad nog niet uit of de chauffeur kreeg een telefoontje. Teruggekeerd naar het hotel en daar stond, zoals het leek een boze chauffeur hem op te wachten met een briefje waar onze namen op stonden. Het misverstand was opgelost en we zijn opnieuw op pad gegaan in een nu wat mindere auto.

De weg omhoog naar het klooster is natuurlijk onverhard, met vele haarspeldbochten. Boven zit je op 4.500 meter. Bij de poort werden we opgewacht door een monnik die tickets verkocht (45 Y). We besloten eerst maar de berg achter ons te beklimmen om een mooie foto van het kloostercomplex en zijn omgeving te maken. Na een klein stukje was ik door mijn krachten heen en meer dan blijven zitten waar je zit zat er niet in. Dat hebben we een uur volgehouden en zijn daarna terug gegaan.

In Nederland hebben we gehoord dat het Gandenklooster een tijdlang off limits was. Er was een opstand geweest en het klooster was gesloten tot april.
De rest van de dag had ik een vaste route van bed naar toilet. Zo is ook de maandag verlopen. Margot heeft steeds bij onze buren gegeten, de ene keer nog lekkerder dan de andere keer.

Dinsdagmorgen onze contactpersoon gebeld, bij de receptie. Woensdag om 09.00 uur worden we opgehaald. Vanmorgen heeft het flink gesneeuwd. De auto’s die we voorbij zagen komen hadden een flink pak op dak. Nu schijnt de zon en is de sneeuw verdwenen. Bij het hotel is een zaaltje met een aantal computers. Bij Dunia ‘s avonds gegeten en de pizza is dezelfde nacht gaan borrelen en nu ben ik weer terug bij af.

Woensdag 26 april
Slechte start van de dag. We hebben even overwogen om de trip af te blazen maar niks doen is niks zien. Om 09.00 uur stak Pema zijn hoofd om de hoek en hij had een heel jonge meid bij zich, we hebben haar naam niet onthouden, wat de gids bleek te zijn. We hadden op het internet de weersvoorspellingen bekeken voor de aankomende drie dagen, bewolkt voor deze dag en later meer zon. Het was in ieder geval koud.

Tien kilometer na Lhasa is een boeddha in de rots gehakt en beschilderd.
Rondom de rots zijn grote hoeveelheden sjaaltjes, die omhoog worden gegooid in de hoop dat ze ergens aan de bergwand blijven hangen (10 Y). In deze buurt zijn zandduinen, maar we hebben ze niet kunnen fotograferen. De route naar Shigatse gaat over de Friendship Highway en is 280 kilometer ver weg. De weg is goed, het landschap aardig en de rit duurt een uurtje of vier. De stad is niks bijzonders, eigenlijk niet aantrekkelijk.

Het Wutse Hotel (staat niet in de Lonely Planet) is duur, 590 Y. en is ook al niet bijzonder aantrekkelijk. De bedden waren vervelend hard, de kamer koud, maar met ons thermo ondergoed hebben het wel warm gekregen.

Om 15.30 uur zijn we naar het Tashilhunpo klooster (55 Y) gegaan. Dit is een Gelugpa instituut (met Deprung, Sera, Ganden, Kumbum, Labrang maakt zes in totaal). In 1447 opgericht en hier zaten de Panchen Lama’s. Wat mooi is, is de kapel van Jampa. Hier staat ’s werelds grootste statue (26 meter) van Jampa, the future Boeddha (Maitreya). Vlakbij de tombe van de 10e Panchen Lama. De Kelsang is een mooie collectie van gebouwen met een binnenplaats. Dit bezoek was met moeite te behappen, alle energie was uit mijn lichaam verdwenen. Helaas was het avondeten onder de maat. Maïs en champignon uit blik.

Donderdag 27 april
Om 09.30 uur vertrokken voor een kort ritje naar Gyantse. Dit is een klein stadje, meer Tibetaans en aan de hoofdweg, wat verscholen is nog een Wutse hotel. We hebben een kamer met een rookbalkonnetje aan de voorkant. Het was redelijk weer, pietsie naar buiten gelopen en op een muurtje het dagelijkse leven in ogenschouw genomen. 

Foto van de Kumbum stupaOm 15.30 uur naar het klooster gegaan (40 Y) Pelkor Chöde. In 1418 opgericht, ooit een complex van 15 (verschillende orden) kloosters geweest. De grootste attractie is eigenlijk de Kumbum.

Het is een vijf verdiepingen stupa met allemaal nissen, groot en klein. Deze zijn beschilderd en er staan beelden in, veel beelden. Nadat je een verdieping nauwkeurig hebt bekeken geloof je het direct wel voor de rest van de Kumbum. We zijn rechtstreeks naar de 4e verdieping geklommen. Daar is een trap half verscholen en dan kom je op het dak. Je komt oog in oog met de ogen.

De gids is niet mee geweest te eten. Nu ze er niet bij was hebben we yakvlees voor Pema besteld. Dat was erg lekker, maar de andere gerechten waren dat ook. We hadden hele dunne frieten, oesterzwammen, egg-plant.
De hotelkamer was koud. Buiten vroor het, binnen was het niet anders.

Vrijdag 28 april
De mooiste dag van deze driedaagse trip. Het was zonnig, de lucht was helemaal blauw. Om 09.30 uur vertrokken we, de gids had zich wat verslapen. Het werd een prachtige route. De weg was eerst onverhard, maar van goede kwaliteit (60-70 kilometer snelheid). We gingen over een drietal passen vandaag, de hoogste was 4.990 meter.

Het Yamdrol meer is prachtig en dat komt door zijn kleuren blauw. 
De bergen onderweg zijn 6.000 plus meter hoog. Tussen de middag hebben we fried rice gehad (20 Y)en we zaten tussen chauffeurs en gidsen in plaats van tussen de toeristen die aan een buffet zaten. Om 16.30 uur waren we terug in Lhasa in dezelfde hotelkamer van het Yak hotel. De gordon bleu bij Dunya was geen succes. Tot in de late uurtjes hebben we naar het wereldkampioenschap tafeltennis gekeken.

Zaterdag 29 april
We zijn pas om 10.00 uur opgestaan, gelunched met momo’s (Tibetaans voor dumplings) en om 13.00 uur zijn we opgehaald door dezelfde crew. Blijkbaar moesten er nog stempels op onze vliegtickets, want de gids had ze nodig en is vrijdag die stempels gaan halen.

De rit naar het vliegveld is met een half uur bekort. Ze hebben door de berg een tunnel gemaakt. Het is nu een uur rijden. Afscheid genomen van Pema.

Onze tickets zorgden toch voor wat problemen. De Chinese Miep wist niet hoe ze dit moest afhandelen, goed dat onze gids er nog was. Via Chengdu, waar we er even uit moesten (wat was het hier warm!) naar Beijing, van 14.40 – 20.45, drukke vluchten, grote vliegvelden met professionele afhandeling. Bij de hotelreserveringsbalie moesten we 10 minuten wachten en toen gingen we op weg met de pick-up chauffeur. We hebben een grote kamer, prima bedden (480 Y).

Zondag 30 april
Om 06.30 uur werden we gewekt door startende bouwvakkers, die boven ons op de 1e verdieping bezig zijn.

Om 07.30 in het minibusje naar de airport. We hebben geen goede zitplaatsen. Tot overmaat van ramp zaten we ook nog op een babyvlucht. Half Spanje rooft nu Chinese meisjes. Ze kunnen er duidelijk niet mee omgaan dus sjouwen ze maar met die arme kinderen op de schouder door de smalle gangpaden, daarbij vooral geen rekening houden met andere mensen.

Ook leuk is elkaar toeschreeuwen of steeds maar weer dezelfde foto’s maken met flitslicht. Gebroken kwamen we in Amsterdam aan. Een uurtje wachten en via Flevo wateren en Roden naar huis, waar alles prima in orde was.

 

China, Tibet en Nepal: Yakboterthee en gebedsmolens

E-mail Afdrukken
TibetZoals gebruikelijk ben ik weer door mijn zus en zwager naar Schiphol gebracht. De vlucht stond rond drie uur gepland en we moesten ons om half een bij de incheckbalie melden alwaar we de tickets zouden krijgen. Wij waren ruim op tijd en dus bleef ik even wachten tot ook Peter (mijn reisgenoot en tevens collega) ten tonele zou verschijnen. Hij zou eenvoudig te herkennen zijn aan de gitaar die hij bij zich zou hebben (los van het feit dat ik hem ken). Hij is muzikant, heeft in verschillende bandjes gespeeld en is nu bezig een nieuwe band op te richten. Een vakantie zonder zijn gitaar is ondenkbaar voor hem dus die moet mee. Een geluk dus dat hij geen piano speelt! Het is overigens een kindergitaar, en dan bedoel ik geen Bart Smit gitaartje maar een echte gitaar op kinderformaat. Toch iets compacter om mee te nemen natuurlijk. Na korte tijd verscheen hij inderdaad bij de balie waarna we de bagage ingecheckt hebben. Wachtend in de rij maakten we ook al kennis met Harry, medereiziger. Afscheid nemen van zus en zwager en daarna nog even een kop soep en een broodje.
Lees meer...
 

Kennismaking met het boeddhisme. Reis naar het dak van de wereld.

Reisverslag van de georganiseerde rondreis die Rients Alberts in september 1998 door Tibet maakte.
Lees meer...