‘You need a ride?’

You need a ride

Toffe Roadtrips

'Are you sure you want to stay here?' We staan voor de deur van het hostel in Christchurch, Nieuw-Zeeland, waar we voor de komende drie dagen gereserveerd hebben. Het is 30 december en we zijn van plan om het nieuwe jaar in deze stad te verwelkomen. Het echtpaar dat ons vanuit het 2,5 uur verder weg gelegen Kaikoura meenam voor een lift, kijkt nog eens keurend naar ons onderkomen. Ze kijken elkaar weer aan en mompelen wat.

tekst Sanne Helbers

‘You’re very welcome to stay with us for New Years’, geven ze ons na dit korte conclaaf te kennen. Ze hebben een huis aan de rand van het centrum en hebben wat meer mensen uitgenodigd om op het nieuwe jaar te proosten, we zijn van harte welkom. Vertwijfeld kijken wij elkaar aan: zoveel gastvrijheid, dat is toch bijna ongeloofwaardig?

Toch hadden we inmiddels beter kunnen weten: mijn reisgenoot en ik zijn al een maand door dit ongerepte en razend mooie land aan het trekken en we zijn niets dan aardige mensen tegengekomen. In Nieuw-Zeeland is het niet naïef om je backpack gewoon even ergens te laten staan op straat, niemand zal er aan komen. En zo waren we er inmiddels ook achter dat liften hier een absoluut veilige en geweldige manier van reizen is. En het is dé manier om de locals te leren kennen en tips van hen te krijgen.

Deze onvergetelijke reis begon in Auckland. Omdat we ingeprent zijn met een natuurlijke achterdocht en onze ouders ons, als toen nog redelijk onervaren globetrotters, ingeprent hadden toch echt uit te kijken daar aan de andere kant van de wereld,zijn we met een bus vanuit Auckland naar Hamilton gereisd. In Hamilton hadden we een couchsurf adres (dat dan wel) geregeld bij het oudere echtpaar Peter en Doris. Tijdens het eten vraagt Peter ons of we ooit overwogen hebben om het land door te liften. Zijn ogen beginnen te twinkelen wanneer hij vertelt dat hij back in the day niet anders deed. We hebben wel gehoord van de mogelijkheid, maar durven toch niet goed. En hoe pak je zoiets aan? Ga je met een bordje met plaatsnaam erop langs de weg staan of steek je gewoon nonchalant je duim op? En waar moet je dan beginnen, zijn er betere of slechtere hitching spots? Maar het zaadje is gepland en Peter doet er nog eens een schepje bovenop: If I were you, I would go for the adventure!

Twee dagen, een busreis naar surfspot Raglan en heel veel wikken en wegen later, staan we dan toch met een geïmproviseerd bordje langs de kant. Rotorua is het doel. Maar wie van ons gaat er dan staan? Mijn reisgenoot, een man en daardoor misschien minder effectief maar wel veiliger, of ikzelf? We zijn er nog niet uit of er stopt al een Kiwi: ‘you need a ride?’

Het bordje is inmiddels geloosd en met mijn duim in de lucht sta ik tussen Paraparaumu Beach en Wellington, het bruisende culturele hart van Nieuw-Zeeland. Via het azuurblauwe Lake Taupo en de uitgestrekte Desert Road waren we drie soorten landschap verder uitgekomen bij Otaki. Helaas bood dit gehucht geen onderkomen voor reizigers, en dus hadden we besloten door te liften naar het aan de kust gelegen Paraparaumu. Twee opgeschoten dames in een sportautootje pikken ons al snel op, maar blijken toch eigenlijk geen zin te hebben om ons ‘helemaal’ af te zetten bij het strand. En dus droppen ze ons aan het begin van de weg naar het strand met de mededeling dat het niet ver is. Na een uur te hebben gelopen in de gloeiende hitte, staan we even in de schaduw van een boom op de kaart te kijken. Het drinken is op, we zijn moe en staan te verbranden, wanneer we de enorm welkome en inmiddels bekende vraag ‘You need a ride?’ horen. Keurig worden we bij het strand afgezet en we krijgen nog een tip ‘for the best fish and chips in town’ mee als huiswerk.

We staan in de regen op weg naar Wellington, wanneer er weer binnen het kwartier iemand stopt. De man neemt ons graag mee en vraagt ons onderweg een beetje uit over onze liftavonturen. We vertellen hem gretig wat we allemaal al hebben meegemaakt en hoe ongelofelijk aardig en laid back the Kiwi’s zijn. Hij zet ons af bij het centrum, maar niet voor hij er toch nog even aan toevoegt dat hij, als politieman zijnde, het wel tof vindt dat we dit doen, maar dat hij ook moet waarschuwen. Nou ja, zegt hij, ik heb zelf ook nogal wat afgelift, dus wie ben ik! En met een toeter rijdt hij weg.

De stippellijn op onze wegenkaart begint steeds meer vorm te krijgen en zo ook ons beeld van het land. Een maori vertelt ons dat zuivel de nummer 1 inkomstenbron van Nieuw-Zeeland is, een oudere dame met hond, die voor ons naar de bak van de pick-up truck wordt gebonjourd, geeft aan waar we orka’s en dolfijnen kunnen spotten, een Amerikaanse toerist neemt ons mee naar de Franz Josefgletsjer, een Rastafari die de techniek van de U2-concerten in het land doet, geeft ons tips waar we moeten zijn voor de beste feesten, een stel Nederlandse jongens die in Invercargill in de tulpen werken, leggen ons uit dat tulpen die wij in de winter kopen uit Nieuw-Zeeland komen, nog een politieagent die ons waarschuwt maar stiekem nog meer toejuicht, een jong stel dat ons vertelt dat als je vermogen in Nieuw-Zeeland wilt hebben, je het beste je geld in een tweede huis kan stoppen: een breed scala aan mensen passeert onze reisrevue. De Nieuw-Zeelanders zijn vriendelijk en nemen graag iemand mee met wie ze ervaringen kunnen uitwisselen en aan wie ze vragen kunnen stellen over andere delen van de wereld, op de lange en meestal uitgestorven wegen van het land.

Na talloze keren liften komen we aan in het uiterst zuidelijk gelegen Balclutha, waar we bij Doreen blijven couchsurfen. Doreen is een oudere alleenstaande dame die vol in het leven staat: ze vertelt ons dat ze over een paar dagen naar Dunedin moet voor een congres. Wij gaan in de tussentijd het gebied, The Caitlins, verkennen, maar als we terugkomen moeten we absoluut geen hostel gaan zoeken, Doreens deur staat voor ons open. ‘I may be in Dunedin by then, but I’ll leave the key under the door mat and you can just make yourselves some food, no worries’. En dat terwijl wij net een uurtje binnen zijn.

Eenmaal terug op het Noordereiland leren we een nieuwe dimensie in het liften kennen: over een luttele 42 kilometer doen we maar liefst 4 liften. Een daarvan is een gedeelde lift met een ander stel. Nieuw-Zeelanders zijn niet zo moeilijk. Instappen en rijden. En deze relaxte houding van de Kiwi’s maakt het zeker mogelijk om je al liftend door het land te verplaatsen. Je ziet veel meer van het land, leert de locals kennen, komt op onverwachte plekken en krijgt nog onverwachtere uitnodigingen. En bovenal is het een ervaring die je altijd meedraagt. Onze twijfel bij de oprechtheid van onze pick-ups bleken geheel onnodig. Dus voor wie dit prachtige land nog op zijn to do-lijst heeft staan, onthoudt: you need a ride? No worries, hop on!

close

Wie wil jij inspireren met dit reisverhaal? Deel het snel!

close

Wie wil jij inspireren met dit reisverhaal? Deel het snel!