Het is niet dat Cuba zijn helden vergeet. Er zijn er vele. Boulevards en parken zijn gevuld met standbeelden en bustes. Helden uit de strijd tegen de Spanjaarden, toen met steun van de Amerikanen, helden uit latere opstanden, uit de revolutie en van erna. Ook John Lennon heeft, als erkend revolutionair, een park met bronzen standbeeld gekregen. Hij zit relaxed op een bankje bij de rand van zijn park, de benen over elkaar Een bankje verder zit een oud mannetje dat bij iedere naderende toerist opstaat en John een brilletje opzet. Het origineel was snel gestolen en ook hier staat de kleine ondernemer op waar mogelijk.
De geestelijke vader des vaderlands is José Marti, een schrijver, poëet, journalist en politicus, die het grootste deel van zijn leven buiten Cuba in ballingschap doorbracht. Om vrijheid, gelijkheid en democratie te grondvesten landde hij in 1895 in Guantánamo en begon de strijd tegen de Spanjaarden. Dat lag hem duidelijk minder dan schrijven. In een zwart jacquet op een wit paard ten aanval trekkend werd hij één van de eerste slachtoffers van de strijd, een martelaar sindsdien. Hij wordt geëerd met vele parken, pleinen, straten en monumenten.
En er is natuurlijk de ultieme revolutionair, de alomtegenwoordige Che. Niet alleen op souvenirs voor toeristen is zijn gezicht het beeldmerk van Cubs, ook op scholen, op straat en in regeringsgebouwen is hij prominent aanwezig. Op de 2e hands boekenmarkt in Havanna hebben covers met zijn afbeelding een marktaandeel van meer dan 50 %. Het is natuurlijk de bekende iconische afbeelding van de ietwat lang gelokte, bebaarde jongeman met baret die door de Amerikaanse kunstenaar Fitzpatrick is vervaardigd naar een foto van Burat die daar debet aan is, maar ook zijn vroege dood in Bolivia, waar hij als Cubaanse ex-minister zijn stiel van guerrillo weer meende te moeten oppikken om ook daar de revolutie te brengen. Helaas sloeg de vonk niet zo over. Ik kan me nog een wat langdradige film herinneren waarin zijn gevleugelde woorden waren: soldaten, laten we gaan....
Cubanen eren dan ook alleen dode helden leert navraag. Levende personen worden niet echt geëerd en Fidel heeft ook nooit behoefte gehad aan een Communistische persoonlijkheidscultus als zijn Chinese evenknie. Mijn gastheer laat me een foto zien van een oude Fidel, met een grijs doortrokken baard en een baret. De laatste foto als militair. De opvolger als president, zijn jongere broer Raoul, die op foto's van de revolutie nauwelijks meer was dan een opgeschoten jongeling is nu een vriendelijk lachende opa, met een snorretje. En hoewel er vast de nodige straten, parken en pleinen naar ze genoemd zullen worden, De status van Che zullen ze geen van beiden meer bereiken, ook niet na hun dood.
Che en John zullen eeuwig jong blijven in de herinnering, het voorrecht van hen die vroeg sterven. Ouder wordende iconen slijten.
Theo schrijft niet alleen reisverhalen. Hij maakt tijdens zijn reizen ook prachtige foto's. Die vind je op zijn website: Pictures.TheoMolenaar.nl





